Tabari
Terug naar surah 39, ayah 63

Tafseer van De Groepen · Az-Zumar · 39:63

لَّهُۥ مَقَالِيدُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ ۗ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَٰسِرُونَ

Aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde. En degenen die de Verzen van Allah verwerpen: zij zijn degenen die verliezers zijn.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ وَالَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ أُولَئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ ("Aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde, en zij die de tekenen van Allah verwierpen, zij zijn de verliezers") (39:63).

    De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: aan Hem behoren de sleutels van de schatkamers van de hemelen en de aarde; Hij opent daarvan voor wie Hij wil, en houdt ze gesloten voor wie Hij van Zijn schepselen wenst. Het enkelvoud daarvan is "miqlīd". Wat betreft "iqlīd": dat is het enkelvoud van "aqālīd".

    En in de geest van wat wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers gesproken.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    ʿAlī heeft mij verteld, hij zei: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn uitspraak: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) ("aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde"): de sleutels daarvan.

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn uitspraak: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) ("aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde"): dat wil zeggen de sleutels van de hemelen en de aarde.

    Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, over Zijn uitspraak: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) ("aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde"), hij zei: de schatkamers van de hemelen en de aarde.

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) ("aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde"), hij zei: de "maqālīd" zijn de sleutels; hij zei: aan Hem behoren de sleutels van de schatkamers van de hemelen en de aarde.

    En Zijn uitspraak: ( وَالَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ أُولَئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ ) ("en zij die de tekenen van Allah verwierpen, zij zijn de verliezers"). De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: en zij die de bewijzen van Allah verwierpen, ze loochenden en ontkenden, zij zijn degenen die hun aandeel verspeeld hebben in het goede van de hemelen, waarvan de sleutels in Zijn hand zijn, want zij zijn dat alles ontzegd: in het hiernamaals door hun eeuwige verblijf in het Vuur (al-nār), en in het wereldse leven door hun in de steek gelaten zijn ten aanzien van het geloof in Allah, machtig en verheven is Hij.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ وَالَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ أُولَئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ (63) يقول تعالى ذكره: له مفاتيح خزائن السموات والأرض, يفتح منها على من يشاء, ويمسكها عمن أحب من خلقه، واحدها: مقليد. وأما الإقليد: فواحد الأقاليد. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني عليّ, قال: ثنا أبو صالح, قال: ثني معاوية, عن عليّ, عن ابن عباس, قوله: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) مفاتيحها. حدثنا بشر, قال: ثنا يزيد, قال: ثنا سعيد, عن قتادة, قوله: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) أي مفاتيح السموات والأرض. حدثنا محمد, قال: ثنا أحمد, قال: ثنا أسباط, عن السديّ, قوله: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) قال: خزائن السموات والأرض. حدثني يونس, قال: أخبرنا ابن وهب, قال: قال ابن زيد في قوله: ( لَهُ مَقَالِيدُ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ ) قال: المقاليد: المفاتيح, قال: له مفاتيح خزائن السموات والأرض. وقوله: ( وَالَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ أُولَئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ ) يقول تعالى ذكره: والذين كفروا بحجج الله فكذبوا بها وأنكروها, أولئك هم المغبونون حظوظهم من خير السموات التي بيده مفاتيحها, لأنهم حرموا ذلك كله في الآخرة بخلودهم في النار, وفي الدنيا بخذلانهم عن الإيمان بالله عزّ وجلّ.