Tabari
Terug naar surah 39, ayah 25

Tafseer van De Groepen · Az-Zumar · 39:25

كَذَّبَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ فَأَتَىٰهُمُ ٱلْعَذَابُ مِنْ حَيْثُ لَا يَشْعُرُونَ

Degenen vóór hen loochenden, zodat de bestraffing tot hen kwam uit richtingen die zij niet vermoedden.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn uitspraak: Kadhdhaba alladhīna min qablihim ("Degenen die vóór hen waren hebben geloochend") — de Verhevene, wiens lof gedenkwaardig is, zegt: degenen die vóór deze polytheïsten (mushrikīn) van de Quraysh waren, van de gemeenschappen die in de voorbije tijdperken zijn heengegaan, hebben hun boodschappers geloochend. Fa-atāhumu al-ʿadhābu min ḥaythu lā yashʿurūn ("zodat de bestraffing tot hen kwam vanwaar zij het niet vermoedden") — Hij zegt: zo kwam de bestraffing (ʿadhāb) van Allah tot hen vanaf de plaats waar zij het niet vermoedden, dat wil zeggen: zij wisten niet van zijn komst vandaar.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: ( كَذَّبَ الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ ) يقول تعالى ذكره: كذب الذين من قبل هؤلاء المشركين من قُريش من الأمم الذين مضوا في الدهور الخالية رسلهم ( فَأَتَاهُمُ الْعَذَابُ مِنْ حَيْثُ لا يَشْعُرُونَ ) يقول: فجاءهم عذاب الله من الموضع الذي لا يشعرون: أي لا يعلمون بمجيئه منه.