Tafseer van Saad · Saad · 38:64
Voorwaar, dat zal zeker de waarheid zijn: het redetwisten van de bewoners van de Hel.
En Zijn uitspraak ( Voorwaar, dat is werkelijk de waarheid ) — Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: Voorwaar, dit wat Ik jullie, o mensen, heb medegedeeld aan bericht over het onderlinge verwijten van de mensen van het Vuur (al-nār), hun onderling vervloeken, en hun smeekbeden tegen elkaar in het Vuur, is een zekere waarheid, dus twijfel daar niet aan, maar wees daarvan overtuigd — het onderlinge twisten van de mensen van het Vuur.
En Zijn uitspraak ( het twisten [takhāṣum] ) is een aansluiting op Zijn uitspraak ( de waarheid ), en de betekenis van de uitspraak is: voorwaar, het onderlinge twisten van de mensen van het Vuur waarover Ik jullie heb bericht, is werkelijk de waarheid.
Sommige taalkundigen van Basra duidden de betekenis van Zijn uitspraak ( of zijn hun blikken afgewend? ) als: maar hun blikken zijn afgewend.
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak ( Voorwaar, dat is werkelijk de waarheid, het twisten van de mensen van het Vuur ): en hij reciteerde: Bij Allah, wij verkeerden werkelijk in een duidelijke dwaling * toen wij jullie gelijkstelden met de Heer der werelden (26:97-98). En hij reciteerde: En op de Dag dat Wij hen allen verzamelen totdat hij bereikte: wij waren werkelijk onachtzaam over jullie aanbidding (6:22-23). Hij zei: indien jullie ons aanbaden, zoals jullie beweren, dan waren wij werkelijk onachtzaam over jullie aanbidding; wij hoorden niet en zagen niet. Hij zei: en dit zijn de afgodsbeelden. Hij zei: dit is het twisten van de mensen van het Vuur. En hij reciteerde: en datgene wat zij verzonnen, raakte van hen weg (6:24). Hij zei: en op de Dag der Opstanding raakte van hen weg datgene wat zij in het wereldse leven verzonnen.