Tabari
Terug naar surah 38, ayah 6

Tafseer van Saad · Saad · 38:6

وَٱنطَلَقَ ٱلْمَلَأُ مِنْهُمْ أَنِ ٱمْشُوا۟ وَٱصْبِرُوا۟ عَلَىٰٓ ءَالِهَتِكُمْ ۖ إِنَّ هَٰذَا لَشَىْءٌۭ يُرَادُ

En de vooranstaanden onder hen gingen weg (zeggend:) "Ga door en wees geduldig met (de aanbidding van) jullie goden. Voorwaar, dat (van Moehammad) is zeker iets dat (tegen jullie) bedoeld is.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitspraak over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: وَانْطَلَقَ الْمَلأُ مِنْهُمْ أَنِ امْشُوا وَاصْبِرُوا عَلَى آلِهَتِكُمْ إِنَّ هَذَا لَشَيْءٌ يُرَادُ (6) ("En de vooraanstaanden onder hen gingen heen, zeggende: Gaat door en houdt vol bij jullie goden; voorwaar, dit is iets dat beoogd wordt")

    Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: en de edelen onder deze ongelovigen (kuffār) van Quraysh, degenen die zeiden: أَجَعَلَ الآلِهَةَ إِلَهًا وَاحِدًا ("Heeft hij de goden tot één god gemaakt?"), gingen heen, zeggende: gaat voort en houdt vol bij jullie religie en de aanbidding van jullie goden. Het woord "an" in Zijn woord أَنِ امْشُوا ("dat: gaat door") staat in de accusatief-positie en is verbonden met "zij gingen heen" (inṭalaqū), alsof gezegd is: zij gingen heen, gaande en doorgaande op jullie religie. Er is vermeld dat dit in de lezing van ʿAbdullāh luidt: "En de vooraanstaanden onder hen gingen heen, gaande: dat houdt vol bij jullie goden." En er is vermeld dat degene die dit zei ʿUqba ibn Abī Muʿayṭ was.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Ibn Bashshār heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Raḥmān heeft ons verteld, hij zei: Sufyān heeft ons verteld, op gezag van Ibrāhīm ibn Muhājir, op gezag van Mujāhid: وَانْطَلَقَ الْمَلأ مِنْهُمْ ("en de vooraanstaanden onder hen gingen heen"), hij zei: ʿUqba ibn Abī Muʿayṭ.

    En Zijn woord إِنَّ هَذَا لَشَيْءٌ يُرَادُ : dat wil zeggen: voorwaar, deze uitspraak die Muḥammad doet en waartoe hij ons oproept — de uitspraak "er is geen god dan Allah" — is iets dat Muḥammad van ons verlangt, waarmee hij verheffing boven ons nastreeft, en dat wij hierin zijn volgelingen worden; en wij zullen hem daarin niet gehoorzamen.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَانْطَلَقَ الْمَلأُ مِنْهُمْ أَنِ امْشُوا وَاصْبِرُوا عَلَى آلِهَتِكُمْ إِنَّ هَذَا لَشَيْءٌ يُرَادُ (6) يقول تعالى ذكره: وانطلق الأشراف من هؤلاء الكافرين من قريش, القائلين: أَجَعَلَ الآلِهَةَ إِلَهًا وَاحِدًا بأن امضُوا فاصبروا على دينكم وعبادة آلهتكم. فـ " أن " من قوله ( أَنِ امْشُوا ) في موضع نصب يتعلق انطلقوا بها, كأنه قيل: انطلقوا مشيا, ومضيا على دينكم. وذُكر أن ذلك في قراءة عبد الله: " وَانْطَلَقَ المَلأ مِنْهُمْ يَمْشُونَ أنِ اصْبِرُوا عَلَى آلِهَتِكُمْ". وذُكر أن قائل ذلك كان عُقْبَة بن أبي مُعيط. * ذكر من قال ذلك: حدثنا ابن بشار, قال: ثنا عبد الرحمن, قال: ثنا سفيان, عن إبراهيم بن مهاجر, عن مجاهد: ( وَانْطَلَقَ الْمَلأ مِنْهُمْ ) قال: عقبة بن أبى معيط. وقوله ( إِنَّ هَذَا لَشَيْءٌ يُرَادُ ) : أي إن هذا القول الذي يقول محمد, ويدعونا إليه, من قول لا إله إلا الله, شيء يريده منا محمد يطلب به الاستعلاء علينا, وأن نكون له فيه أتباعا ولسنا مجيبيه إلى ذلك.