Tafseer van Saad · Saad · 38:40
En voorwaar, voor hem is er bij Ons zeker (Onze) nabijheid en de beste plaats van terugkeer.
En Zijn uitspraak وَإِنَّ لَهُ عِنْدَنَا لَزُلْفَى وَحُسْنَ مَآبٍ (en voorwaar, voor hem is er bij Ons nabijheid en een goede terugkeer) betekent: en voorwaar, voor Sulaymān is er bij Ons een nabijheid, vanwege zijn berouwvolle wending tot Ons, zijn boetedoening en zijn gehoorzaamheid aan Ons; en "een goede terugkeer" (ḥusna maʾāb) betekent: en een goede terugkomst en bestemming in het Hiernamaals.
Zoals Bishr ons verteld heeft, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda وَإِنَّ لَهُ عِنْدَنَا لَزُلْفَى وَحُسْنَ مَآبٍ (en voorwaar, voor hem is er bij Ons nabijheid en een goede terugkeer): dat wil zeggen een bestemming.
Mocht iemand ons vragen: wat is de grond van Sulaymāns verlangen naar het koninkrijk bij zijn Heer, terwijl hij een profeet onder de profeten is — naar het koninkrijk verlangen immers slechts de mensen van het wereldse, die dit verkiezen boven het Hiernamaals? Of wat is de grond van zijn verzoek daarom, toen hij Hem vroeg om een koninkrijk dat aan niemand na hem zou toekomen, terwijl het hem niet zou hebben geschaad dat aan ieder na hem hetzelfde zou worden gegeven als hem daarvan gegeven was? Was er bij hem gierigheid daaromtrent, zodat het niet tot zijn koninkrijk zou behoren dat te geven aan wie het gegeven zou worden, of afgunst jegens de mensen, zoals over al-Ḥajjāj ibn Yūsuf vermeld is? Want er is vermeld dat hij Zijn uitspraak وَهَبْ لِي مُلْكًا لا يَنْبَغِي لأَحَدٍ مِنْ بَعْدِي (en schenk mij een koninkrijk dat aan niemand na mij toekomt) las, en zei: hij was waarlijk afgunstig, en dat behoort waarlijk niet tot de karaktereigenschappen van de profeten!
Hierop wordt geantwoord: wat zijn verlangen tot zijn Heer betreft naar het koninkrijk waarnaar hij verlangde — dat was, indien Allah het wil, bij hem geen verlangen naar het wereldse, maar veeleer een wens van hem om zijn rang bij Allah te kennen in Diens verhoring van datgene waarom hij Hem verzocht, in Diens aanvaarding van zijn berouw, en in Diens verhoring van zijn smeekbede.
En wat zijn verzoek aan zijn Heer betreft om een koninkrijk dat aan niemand na hem zou toekomen — wij hebben reeds eerder de uitspraak vermeld van wie zei dat de betekenis daarvan is: schenk mij een koninkrijk dat mij niet ontnomen wordt, zoals het mij eerder ontnomen werd. Volgens dezen is de betekenis dus: schenk mij een koninkrijk dat aan niemand na mij toekomt het mij te ontnemen. Het kan ook deze richting uitgaan, dat de betekenis is: het komt aan niemand buiten mij van de mensen van mijn tijd toe, zodat het een bewijs en een teken voor mij is voor mijn profeetschap, en dat ik Uw boodschapper ben, tot hen uitgezonden — aangezien de boodschappers wel tekenen moeten hebben waardoor zij zich van de overige mensen onderscheiden. Het kan ook deze richting uitgaan, dat de betekenis is: en schenk mij een koninkrijk dat U mij in het bijzonder toekent, dat U aan niemand buiten mij geeft, als een eerbetoon van U aan mij daarmee en een onderscheiding, opdat mijn rang bij U daardoor duidelijk wordt te midden van de rangen van anderen dan ik. En in geen van deze richtingen is iets te vinden van wat al-Ḥajjāj over de betekenis daarvan meende.