Tabari
Terug naar surah 37, ayah 98

Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:98

فَأَرَادُوا۟ بِهِۦ كَيْدًۭا فَجَعَلْنَٰهُمُ ٱلْأَسْفَلِينَ

Toen zij een list tegen hem wensten te beramen maakten Wij hen tot de allerlaagsten.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woorden: فَأَرَادُوا بِهِ كَيْدًا ("Toen beraamden zij een list tegen hem"). De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: het volk van Ibrāhīm beraamde een list, en dat is wat zij van plan waren: hem te verbranden met het vuur. Allah zegt: فَجَعَلْنَاهُمُ ("Maar Wij maakten hen"), dat wil zeggen: Wij maakten het volk van Ibrāhīm الأسْفَلِينَ ("de laagsten"), dat wil zeggen: de meest vernederden in argument; en Wij lieten Ibrāhīm over hen zegevieren door het argument, en Wij redden hem van de list die zij tegen hem hadden willen beramen.

    Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: فَأَرَادُوا بِهِ كَيْدًا فَجَعَلْنَاهُمُ الأسْفَلِينَ ("Toen beraamden zij een list tegen hem, maar Wij maakten hen de laagsten"), hij zei: hij ging daarna niet meer met hen in debat totdat Hij hen vernietigde.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله ( فَأَرَادُوا بِهِ كَيْدًا ) يقول تعالى ذكره: فأراد قوم إبراهيم كيدًا، وذلك ما كانوا أرادوا من إحراقه بالنار. يقول الله: ( فَجَعَلْنَاهُمُ ) أي فجعلنا قوم إبراهيم ( الأسْفَلِينَ ) يعني الأذلين حجة، وغَلَّبنا إبراهيم عليهم بالحجة، وأنقذناه مما أرادوا به من الكيد. كما حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة: ( فَأَرَادُوا بِهِ كَيْدًا فَجَعَلْنَاهُمُ الأسْفَلِينَ ) قال: فما ناظرهم بعد ذلك حتى أهلكهم.