Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:92
Wat is er met jullie dat jullie niet spreken?"
Hij zag hen toen niet spreken, en zei daarom tegen hen: مَا لَكُمْ لا تَنْطِقُونَ ("Wat is er met jullie dat jullie niet spreken?"), hen bespottend. En zo is overgeleverd dat hij met hen handelde, en wij hebben het bericht daarover reeds eerder vermeld.
En Qatāda zei daarover wat Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: قَالَ أَلا تَأْكُلُونَ ("Hij zei: Eten jullie niet?"), hij verlangt van hen dat zij spreken: مَا لَكُمْ لا تَنْطِقُونَ ("Wat is er met jullie dat jullie niet spreken?").