Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:90
Toen wendden zij zich af, hem de rug toekerend.
Zijn uitspraak ( فَتَوَلَّوْا عَنْهُ مُدْبِرِينَ ) — "Toen wendden zij zich van hem af, hem de rug toekerend" — Hij zegt: zij wendden zich van Ibrāhīm af, hem de rug toekerend, uit vrees dat de ziekte die hij vermeldde te hebben, op hen zou overslaan.
Zoals mij is verteld op gezag van Yaḥyā ibn Zakariyyā, op gezag van een van zijn metgezellen, op gezag van Ḥakīm ibn Jubayr, op gezag van Saʿīd ibn Jubayr, op gezag van Ibn ʿAbbās, over ( إِنِّي سَقِيمٌ ) — "Voorwaar, ik ben ziek" — hij zegt: door de pest getroffen, toen wendden zij zich van hem af, hem de rug toekerend. Saʿīd zei: het vluchten voor de pest is inderdaad iets ouds.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over ( فَتَوَلَّوْا ): zij deinsden van hem terug ( مُدْبِرِينَ ): zich verwijderend.