Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:80
Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners.
En Zijn uitspraak ( إِنَّا كَذَلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ ) — "Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners" — de Verhevene, wiens lof wordt vermeld, zegt: voorwaar, zoals Wij met Nūḥ hebben gehandeld als beloning voor zijn gehoorzaamheid aan Ons en zijn geduld onder het leed van zijn volk omwille van Ons welbehagen — en Wij redden hem en zijn familie van de geweldige nood, en Wij maakten zijn nageslacht tot de overlevenden, en Wij lieten over hem een goede naam na onder de latere geslachten — ( كَذَلِكَ نَجْزِي ): zo belonen Wij degenen die goed doen en Ons gehoorzamen, en zich houden aan Ons gebod, en geduld betrachten onder het leed dat zij omwille van Ons ondergaan.