Tabari
Terug naar surah 37, ayah 77

Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:77

وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُۥ هُمُ ٱلْبَاقِينَ

En Wij maakte zijn nakomelingen tot voortlevenden.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ — "En Wij maakten zijn nageslacht tot de overlevenden" (37:77).

    En Zijn uitspraak ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ) zegt: en Wij maakten het nageslacht van Nūḥ tot degenen die op de aarde overbleven na de ondergang van zijn volk. Dat is omdat alle mensen, vanaf de ondergang van het volk van Nūḥ tot op de dag van vandaag, slechts het nageslacht van Nūḥ zijn. Zo zijn de niet-Arabieren (al-ʿajam) en de Arabieren de kinderen van Sām, de zoon van Nūḥ; de Turken, de Slaven (al-ṣaqāliba) en de Chazaren de kinderen van Yāfith, de zoon van Nūḥ; en de zwarte volkeren (al-sūdān) de kinderen van Ḥām, de zoon van Nūḥ. Aldus zijn de overleveringen gekomen en hebben de geleerden gesproken.

    Muḥammad ibn Bashshār heeft ons verteld, hij zei: Ibn ʿAshma heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd ibn Bashīr heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, op gezag van al-Ḥasan, op gezag van Samura, op gezag van de Profeet ﷺ, over zijn uitspraak ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ), hij zei: "Sām, Ḥām en Yāfith."

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over zijn uitspraak ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ), hij zei: alle mensen behoren dus tot het nageslacht van Nūḥ.

    ʿAlī heeft ons verteld, hij zei: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over zijn uitspraak ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ), hij zegt: er bleef niemand over behalve het nageslacht van Nūḥ.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ (77) وقوله ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ) يقول: وجعلنا ذريّة نوح هم الذين بقوا في الأرض بعد مَهْلِك قومه، وذلك أن الناس كلهم من بعد مَهْلِك نوح إلى اليوم إنما هم ذرية نوح، فالعجم والعرب أولاد سام بن نوح، والترك والصقالبة والخَزَر أولاد يافث بن نوح، والسودان أولاد حام بن نوح، وبذلك جاءت الآثار، وقالت العلماء. حدثنا محمد بن بشار، قال: ثنا ابن عَشْمَة، قال: ثنا سعيد بن بشير، عن قتادة، عن الحسن، عن سَمُرة، عن النبي صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّمَ ، في قوله ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ) قال: " سام وحام ويافث ". حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، في قوله ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ) قال: فالناس كلهم من ذرية نوح. حدثنا عليّ، قال: ثنا أبو صالح، قال: ثني معاوية، عن عليّ، عن ابن عباس، في قوله ( وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ ) يقول: لم يبق إلا ذرية نوح