Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:169
Dan zouden wij zeker tot de dienaren van Allah die Hem zuiver aanbidden hebben behoord."
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: فَكَفَرُوا بِهِ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ ("maar zij verloochenden het — dus zullen zij weldra weten") (170).
De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: toen dan de Vermaning van bij Allah tot hen kwam, verloochenden zij het, en dat is hun ongeloof (kufr) jegens Mohammed — moge Allah hem zegenen en vrede schenken — en jegens datgene wat hij hun bracht van bij Allah aan openbaring en Boek. Allah zegt: dus zullen zij weldra weten — wanneer zij tot Mij worden gevoerd — welke bestraffing (ʿadhāb) er voor hen is vanwege hun verloochening daarvan.
En in overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers gesproken.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft: