Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:143
En als hij niet tot degenen die de Glorie van Allah prezen behoord had.
Uiteenzetting over de uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: فَلَوْلا أَنَّهُ كَانَ مِنَ الْمُسَبِّحِينَ ("En als hij niet tot hen had behoord die [Allah] lofprijzen") (143)
Hij, verheven zij Zijn vermelding, zegt: فَلَوْلا أَنَّهُ ("En als hij niet") — daarmee wordt Yūnus bedoeld — كَانَ مِنَ ("tot hen had behoord die") de biddenden tot Allah waren vóór de beproeving waarmee hij beproefd werd, namelijk de bestraffing door de opsluiting in de buik van de vis.