Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:126
Allah is jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen."
De reciteerders verschilden van mening over de lezing van Zijn woord: اللَّهَ رَبَّكُمْ وَرَبَّ آبَائِكُمُ الأوَّلِينَ ("Allah, jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen"). De meeste reciteerders van Mekka, Medina en Basra, alsook een deel van de reciteerders van Kufa, lazen het als: الله رَبُّكُمْ وَرَبُّ آبَائِكُمُ الأوَّلِينَ in de nominatief (rafʿ), als nieuw begin van de zin (istiʾnāf), waarbij de uitspraak reeds tot een einde is gekomen bij Zijn woord أَحْسَنَ الْخَالِقِينَ ("de Beste der scheppers"). De meeste reciteerders van Kufa lazen het echter als: اللَّهَ رَبَّكُمْ وَرَبَّ آبَائِكُمُ الأوَّلِينَ in de accusatief (naṣb), als terugverwijzing (radd) naar Zijn woord وَتَذَرُونَ أَحْسَنَ الْخَالِقِينَ ("en jullie de Beste der scheppers verlaten"), waarbij dit alles één en dezelfde uitspraak is.
Het juiste standpunt hierover is volgens ons dat het twee lezingen zijn die in betekenis dicht bij elkaar liggen, terwijl beide ruim verbreid zijn onder de reciteerders. Met welke van beide de reciteerder dan ook reciteert, hij heeft het bij het rechte eind. De uitleg van de uitspraak is: Dat is jullie aanbedene, o mensen, Die het verdient door jullie aanbeden te worden: jullie Heer Die jullie geschapen heeft, en de Heer van jullie voorvaderen die vóór jullie zijn heengegaan — niet het afgodsbeeld dat niets schept, en dat noch schaadt noch baat.