Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:117
En Wij gaven hun de verduidelijkende Schrift (de Taurât).
Uiteenzetting over de uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: وَآتَيْنَاهُمَا الْكِتَابَ الْمُسْتَبِينَ ("En Wij gaven hun beiden het verhelderende Boek") (117)
Hij, verheven zij Zijn vermelding, zegt: en Wij gaven Mūsā en Hārūn het Boek, dat wil zeggen: de Torah (al-Tawrāt).
Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda وَآتَيْنَاهُمَا الْكِتَابَ الْمُسْتَبِينَ : de Torah.
Met "al-mustabīn" (het verhelderende) wordt bedoeld: datgene waarin de leiding (hudā) die het bevat, alsook de uiteenzetting en de bepalingen ervan, duidelijk gemaakt zijn.