Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:101
Toen verkondigden Wij hem de verheugende tijding van een zachtmoedige jongen (Ismâ'îl).
De uitleg van Zijn, de Verhevene, uitspraak: فَبَشَّرْنَاهُ بِغُلَامٍ حَلِيمٍ ("Toen verkondigden Wij hem de blijde tijding van een zachtmoedige jongen") (101)
Hij, de Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: en Wij verkondigden Ibrāhīm de blijde tijding van een zachtmoedige jongen, dat wil zeggen: een jongen die zachtmoedigheid (ḥilm) bezit wanneer hij groot is geworden; wat echter zijn kindertijd in de wieg betreft, daarmee wordt hij niet beschreven. En er is vermeld dat de jongen van wie Allah aan Ibrāhīm de blijde tijding gaf, Isḥāq was.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
Muḥammad ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Yaḥyā ibn Wāḍiḥ heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, op gezag van Yazīd, op gezag van ʿIkrima: فَبَشَّرْنَاهُ بِغُلَامٍ حَلِيمٍ, hij zei: dat is Isḥāq.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda فَبَشَّرْنَاهُ بِغُلَامٍ حَلِيمٍ: hij kreeg de blijde tijding van Isḥāq. Hij zei: met zachtmoedigheid (ḥilm) is niemand geprezen behalve Isḥāq en Ibrāhīm.