Tabari
Terug naar surah 36, ayah 65

Tafseer van Yaa-Sien · Yaseen · 36:65

ٱلْيَوْمَ نَخْتِمُ عَلَىٰٓ أَفْوَٰهِهِمْ وَتُكَلِّمُنَآ أَيْدِيهِمْ وَتَشْهَدُ أَرْجُلُهُم بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ

Op die Dag plaatsen Wij een zegel op hun monden, en hun handen zullen tot Ons spreken en hun voeten zullen getuigen over wat zij plachten te verrichten.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: Al-yawma nakhtimu ʿalā afwāhihim wa-tukallimunā aydīhim wa-tashhadu arjuluhum bimā kānū yaksibūn "Op deze Dag verzegelen Wij hun monden, en hun handen zullen tot Ons spreken, en hun voeten zullen getuigen over wat zij placht te verwerven" (36:65).

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, bedoelt met Zijn uitspraak ( al-yawma nakhtimu ʿalā afwāhihim ) "Op deze Dag verzegelen Wij hun monden": op deze Dag verzegelen Wij de monden van de polytheïsten (mushrikīn), en dat is op de Dag der Opstanding. ( wa-tukallimunā aydīhim ) "en hun handen zullen tot Ons spreken" over wat zij in het wereldse aan ongehoorzaamheden jegens Allah verricht hebben. ( wa-tashhadu arjuluhum ) "en hun voeten zullen getuigen" — er is gezegd: datgene wat van hun voeten spreekt, is hun dijbeen van het linkerbeen. ( bimā kānū yaksibūn ) "over wat zij placht te verwerven" in het wereldse aan zonden.

    Met iets als wat wij hierover gezegd hebben, hebben ook de uitleggers gesproken.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Yaʿqūb ibn Ibrāhīm heeft mij verteld, hij zei: Ibn ʿUlayya heeft ons verteld, hij zei: Yūnus ibn ʿUbayd heeft ons verteld, op gezag van Ḥumayd ibn Hilāl, hij zei: Abū Burda zei: Abū Mūsā zei: de gelovige wordt op de Dag der Opstanding tot de afrekening geroepen, en zijn Heer legt hem zijn daden voor, in vertrouwelijkheid tussen Hem en hem. Dan erkent hij het en zegt: "Ja, o Heer, ik deed dit, ik deed dat, ik deed dat." Hij zei: Dan vergeeft Allah hem zijn zonden en bedekt hem daarvoor, zodat geen schepsel op aarde iets van die zonden ziet, en zijn goede daden komen tevoorschijn, en hij zou wensen dat alle mensen die zagen. En de ongelovige en de hypocriet (munāfiq) worden tot de afrekening geroepen, en zijn Heer legt hem zijn daden voor, maar hij loochent ze en zegt: "O Heer, bij Uw macht, deze engel heeft tegen mij opgeschreven wat ik niet gedaan heb." Dan zegt de engel tegen hem: "Heb je niet dit-en-dat gedaan op die-en-die dag op die-en-die plaats?" En hij zegt: "Nee, bij Uw macht, o Heer, ik heb het niet gedaan." En wanneer hij dat doet, wordt zijn mond verzegeld. Al-Ashʿarī zei: ik vermoed dat het eerste wat van hem spreekt zijn rechterdij is. Vervolgens reciteerde hij: ( al-yawma nakhtimu ʿalā afwāhihim wa-tukallimunā aydīhim wa-tashhadu arjuluhum bimā kānū yaksibūn ) "Op deze Dag verzegelen Wij hun monden, en hun handen zullen tot Ons spreken, en hun voeten zullen getuigen over wat zij placht te verwerven."

    Abū Kurayb heeft ons verteld, hij zei: Yaḥyā heeft mij verteld, op gezag van Abū Bakr ibn ʿAyyāsh, op gezag van al-Aʿmash, op gezag van al-Shaʿbī, hij zei: tot de man wordt op de Dag der Opstanding gezegd: "je hebt dit-en-dat gedaan," en hij zegt: "ik heb het niet gedaan." Dan wordt zijn mond verzegeld en spreken zijn ledematen, en hij zegt tot zijn ledematen: "moge Allah u ver verwijderen; ik heb slechts vanwege u getwist."

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn uitspraak ( al-yawma nakhtimu ʿalā afwāhihim ) "Op deze Dag verzegelen Wij hun monden" ... de gehele āyah, hij zei: er waren twisten en woorden geweest, en dit was het einde ervan: ( nakhtimu ʿalā afwāhihim ) "Wij verzegelen hun monden."

    Muḥammad ibn ʿAwf al-Ṭāʾī heeft mij verteld, hij zei: Ibn al-Mubārak heeft ons verteld, op gezag van Ibn ʿAyyāsh, op gezag van Ḍamḍam ibn Zurʿa, op gezag van Shurayḥ ibn ʿUbayd, op gezag van ʿUqba ibn ʿĀmir, dat hij de Profeet ﷺ hoorde zeggen: "Het eerste van de mens dat spreekt, op de Dag dat Allah de monden verzegelt, is zijn dijbeen van zijn linkerbeen."

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : الْيَوْمَ نَخْتِمُ عَلَى أَفْوَاهِهِمْ وَتُكَلِّمُنَا أَيْدِيهِمْ وَتَشْهَدُ أَرْجُلُهُمْ بِمَا كَانُوا يَكْسِبُونَ (65) يعني تعالى ذكره بقوله ( الْيَوْمَ نَخْتِمُ عَلَى أَفْوَاهِهِمْ ) : اليوم نطبع على أفواه المشركين، وذلك يوم القيامة ( وَتُكَلِّمُنَا أَيْدِيهِمْ ) بما عملوا في الدنيا من معاصي الله ( وَتَشْهَدُ أَرْجُلُهُمْ ) قيل: إن الذي ينطق من أرجلهم: أفخاذهم من الرجل اليُسرى ( بِمَا كَانُوا يَكْسِبُونَ ) في الدنيا من الآثام. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني يعقوب بن إبراهيم، قال: ثنا ابن عُلَية، قال: ثنا يونس بن عبيد، عن حميد بن هلال، قال: قال أبو بردة: قال أبو موسى: يدعى المؤمن للحساب يوم القيامة، فيعرض عليه ربُّه عمله فيما بينه وبينه، فيعترف فيقول: نعم أي رب عملت عملت عملت، قال: فيغفر الله له ذنوبه، ويستره منها، فما على الأرض خليقة ترى من تلك الذنوب شيئًا، وتبدو حسناته، فود أن الناس كلهم يرونها؛ ويدعى الكافر والمنافق للحساب، فيعرض عليه ربه عمله فيجحده، ويقول أي: رب، وعزتك لقد كتب عليّ هذا الملك ما لم أعمل، فيقول له الملك: أما عملت كذا في يوم كذا في مكان كذا؟ فيقول: لا وعزتك أي رب، ما عملته، فإذا فعل ذلك ختم على فيه. قال الأشعري: فإني أحسب أول ما ينطق منه لفخذه اليمنى، ثم تلا( الْيَوْمَ نَخْتِمُ عَلَى أَفْوَاهِهِمْ وَتُكَلِّمُنَا أَيْدِيهِمْ وَتَشْهَدُ أَرْجُلُهُمْ بِمَا كَانُوا يَكْسِبُونَ ) . حدثنا أبو كُرَيب، قال: ثنى يحيى، عن أبي بكر بن عياش، عن الأعمش، عن الشعبي، قال: يقال للرجل يوم القيامة: عملت كذا وكذا، فيقول: ما عملت، فيختم على فيه، وتنطق جوارحه، فيقول لجوارحه: أبعدكن الله، ما خاصمت إلا فيكن . حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله ( الْيَوْمَ نَخْتِمُ عَلَى أَفْوَاهِهِمْ ) .... الآية، قال: قد كانت خصومات وكلام، فكان هذا آخره، ( نَخْتِمُ عَلَى أَفْوَاهِهِمْ ). حدثني محمد بن عوف الطائي، قال: ثنا ابن المبارك، عن ابن عياش، عن ضمضم بن زرعة، عن شريح بن عبيد، عن عقبة بن عامر، أنه سمع النبي صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم يقول: " أوَّلُ شَيْءٍ يَتَكَلَّمُ مِنَ الإنْسانِ، يَوْمَ يَخْتِمُ اللهُ على الأفْوَاهِ، فَخِذُهُ مِنْ رِجْلِهِ اليُسْرَى " .