Tafseer van Yaa-Sien · Yaseen · 36:60
Heb ik jullie, O kinderen van Adam, niet opgedragen om de Satan niet te dienen? Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand.
En Zijn uitspraak a-lam aʿhad ilaykum yā banī Ādama an lā taʿbudū sh-shayṭāna innahu lakum ʿaduwwun mubīn ("Heb Ik jullie niet opgedragen, o kinderen van Adam, dat jullie de satan niet zouden aanbidden? Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand"). In de tekst is iets weggelaten, omdat de strekking van de tekst daarop wijst, namelijk: dan wordt gezegd: heb Ik jullie niet opgedragen, o kinderen van Adam — Hij zegt: heb Ik jullie niet bevolen en geboden in het wereldse leven dat jullie de satan niet zouden aanbidden, zodat jullie hem zouden gehoorzamen in ongehoorzaamheid aan Allah? innahu lakum ʿaduwwun mubīn ("Voorwaar, hij is voor jullie een duidelijke vijand") — Hij zegt: en Ik zeg tot jullie: voorwaar, de satan is voor jullie een duidelijke vijand; hij heeft jullie zijn vijandschap duidelijk gemaakt door zijn weigering zich neer te werpen voor jullie vader Adam, uit afgunst jegens hem om de eer die Allah hem had geschonken, en door zijn misleiding van hem, totdat hij hem en zijn echtgenote uit het paradijs (janna) deed verdrijven.