Tabari
Terug naar surah 36, ayah 6

Tafseer van Yaa-Sien · Yaseen · 36:6

لِتُنذِرَ قَوْمًۭا مَّآ أُنذِرَ ءَابَآؤُهُمْ فَهُمْ غَٰفِلُونَ

Opdat jij een volk zal waarschuwen waarvan hun voorvaderen niet gewaarschuwd zijn, zodat zij achtelozen waren.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Uiteenzetting over de uitleg van Zijn, de Verhevene, uitspraak: li-tundhira qawman mā undhira ābāʾuhum fa-hum ghāfilūn (opdat jij een volk zou waarschuwen waarvan de voorvaderen niet gewaarschuwd zijn, zodat zij achteloos zijn) (36:6).

    De geleerden van de uitleg (taʾwīl) verschilden van mening over de uitleg van Zijn uitspraak li-tundhira qawman mā undhira ābāʾuhum (opdat jij een volk zou waarschuwen waarvan de voorvaderen niet gewaarschuwd zijn). Sommigen van hen zeiden: de betekenis is: opdat jij een volk zou waarschuwen door datgene waarmee Allah hun voorvaderen vóór hen heeft gewaarschuwd.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Muḥammad ibn al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Jaʿfar heeft ons verteld, hij zei: Shuʿba heeft ons verteld, op gezag van Simāk, op gezag van ʿIkrima, over dit vers li-tundhira qawman mā undhira ābāʾuhum (opdat jij een volk zou waarschuwen waarvan de voorvaderen gewaarschuwd zijn); hij zei: zij waren reeds gewaarschuwd.

    Anderen zeiden: nee, de betekenis daarvan is: opdat jij een volk zou waarschuwen waarvan de voorvaderen niet gewaarschuwd zijn.(1)

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: li-tundhira qawman mā undhira ābāʾuhum (opdat jij een volk zou waarschuwen waarvan de voorvaderen gewaarschuwd zijn). Sommigen zeiden: opdat jij een volk zou waarschuwen met datgene waarmee hun voorvaderen werden gewaarschuwd, namelijk de waarschuwing van de mensen vóór hen. En sommigen zeiden: opdat jij een volk zou waarschuwen waarvan de voorvaderen niet gewaarschuwd zijn, dat wil zeggen: tot deze gemeenschap was geen waarschuwer gekomen, totdat Muḥammad ﷺ tot hen kwam.

    De Arabische taalkundigen verschilden van mening over de betekenis van het woord "mā" in Zijn uitspraak mā undhira ābāʾuhum (... hun voorvaderen ...), wanneer de betekenis van de woorden zo wordt opgevat dat hun voorvaderen wél gewaarschuwd waren, en wanneer er met "mā" geen ontkenning bedoeld wordt. Sommige grammatici van Basra zeiden: de betekenis daarvan — wanneer er geen ontkenning mee bedoeld wordt — is: opdat jij hen zou waarschuwen voor datgene waarvoor hun voorvaderen gewaarschuwd werden, fa-hum ghāfilūn (zodat zij achteloos zijn). Hij zei: het invoegen van de "fāʾ" past in deze betekenis echter niet, en Allah weet het beter. Hij zei: de opvatting volgens de ontkenning is beter, zodat de betekenis van de woorden wordt: voorwaar, jij behoort tot de gezondenen, gezonden tot een volk waarvan de voorvaderen niet gewaarschuwd zijn, omdat zij in de tussenperiode (al-fatra) leefden.

    Sommige grammatici van Kufa zeiden: wanneer er met "mā" geen ontkenning bedoeld wordt, dan is de betekenis van de woorden: opdat jij hen zou waarschuwen met datgene waarmee hun voorvaderen gewaarschuwd werden, waarbij de "bāʾ" wordt weggelaten, zodat "mā" in de accusatief-positie staat. fa-hum ghāfilūn (zodat zij achteloos zijn) betekent: zij zijn achteloos ten aanzien van wat Allah zal doen met Zijn vijanden, de polytheïsten die deelgenoten aan Hem toekennen (al-mushrikīn), namelijk het neerlaten van Zijn wraak en het toeslaan tegen hen.

    ------------------------

    Voetnoten:

    (1) Dat wil zeggen: hun voorvaderen waren niet gewaarschuwd.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : لِتُنْذِرَ قَوْمًا مَا أُنْذِرَ آبَاؤُهُمْ فَهُمْ غَافِلُونَ (6) اختلف أهل التأويل في تأويل قوله ( لِتُنْذِرَ قَوْمًا مَا أُنْذِرَ آبَاؤُهُمْ ) فقال بعضهم: معناه: لتنذر قومًا بما أنذر الله من قبلهم من آبائهم. * ذكر من قال ذلك: حدثنا محمد بن المثنى، قال: ثنا محمد بن جعفر، قال: ثنا شعبة، عن سماك، عن عكرمة في هذه الآية (لِتُنْذِرَ قَوْمًا مَا أُنْذِرَ آبَاؤُهُمْ ) قال: قد أنذروا . وقال آخرون: بل معنى ذلك لتنذر قومًا ما أنذر آباؤهم (1) . * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة ( لِتُنْذِرَ قَوْمًا مَا أُنْذِرَ آبَاؤُهُمْ ) قال بعضهم: لتنذر قومًا ما أنذر آباؤهم من إنذار الناس قبلهم. وقال بعضهم: لتنذر قومًا ما أنذر آباؤهم أي: هذه الأمة لم يأتهم نذير، حتى جاءهم محمد صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم . واختلف أهل العربية في معنى " ما " التي في قوله ( مَا أُنْذِرَ آبَاؤُهُمْ ) إذا وجِّهَ معنى الكلام إلى أن آباءهم قد كانوا أنذروا، ولم يُرد بها الجحد ؛ فقال بعض نحويي البصرة: معنى ذلك: إذا أريد به غير الجحد لتنذرهم الذي أُنذِر آباؤهم ( فَهُمْ غَافِلُونَ ) وقال: فدخول الفاء في هذا المعنى لا يجوز، والله أعلم. قال: وهو على الجحد أحسن، فيكون معنى الكلام: إنك لمن المرسلين إلى قوم لم ينذر آباؤهم، لأنهم كانوا في الفترة. وقال بعض نحويي الكوفة: إذا لم يُرد بما الجحد، فإن معنى الكلام: لتنذرهم بما أنذر آباؤهم، فتلقى الباء، فتكون " ما " في موضع نصب ( فَهُمْ غَافِلُونَ ) يقول: فهم غافلون عما الله فاعل: بأعدائه المشركين به، من إحلال نقمته، وسطوته بهم. ------------------------ الهوامش: (1) أي لم ينذر آباؤهم