Tafseer van Yaa-Sien · Yaseen · 36:5
(Deze Koran) als een neerzending van de Almachtige, de Meest Barmhartige.
De uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: tanzīla l-ʿazīzi r-raḥīm (36:5) ("een neerzending van de Almachtige, de Genadevolle").
De reciteerders verschilden van mening over de lezing van Zijn uitspraak tanzīla l-ʿazīzi r-raḥīm. De meeste reciteerders van Medina en Basra lazen het als tanzīlu l-ʿazīz met u-klank (rafʿ) op "tanzīl". De rafʿ-lezing kan op twee manieren worden begrepen. De ene is dat men het als predikaat (khabar) opvat, zodat de betekenis van de uitspraak luidt: "Voorwaar, het is een neerzending van de Almachtige, de Genadevolle." De andere is dat men het als aanvang van een nieuwe zin (ibtidāʾ) opvat, zodat de betekenis dan luidt: "Voorwaar, jij behoort tot de gezondenen; dit is een neerzending van de Almachtige, de Genadevolle." De meeste reciteerders van Kufa en sommige mensen van Syrië lazen het als tanzīla met a-klank (naṣb), als verbaalsubstantief (maṣdar) afgeleid van Zijn uitspraak innaka la-mina l-mursalīn ("Voorwaar, jij behoort tot de gezondenen"), omdat de zending nu juist door de neerzending geschiedt. Het is dan alsof gezegd wordt: als een neerzending, waarlijk neergezonden door de Almachtige, de Genadevolle.
En het juiste hierover is naar mijn mening dat het twee bekende lezingen zijn onder de reciteerders van de steden, die elkaar in betekenis dicht naderen; met welke van beide de reciteerder ook reciteert, hij treft het juiste. De betekenis van de uitspraak is: voorwaar, jij behoort tot de gezondenen, o Mohammed (de Profeet ﷺ), als een zending van de Heer, de Almachtige in Zijn vergelding aan hen die ongelovig aan Hem zijn, de Genadevolle jegens wie zich berouwvol tot Hem keert en zich afwendt van zijn ongeloof (kufr) en zijn moreel verderf (fisq), zodat Hij hem niet bestraft voor zijn voorbije misdaad nadat hij zich tot Hem in berouw heeft gekeerd.