Tabari
Terug naar surah 36, ayah 56

Tafseer van Yaa-Sien · Yaseen · 36:56

هُمْ وَأَزْوَٰجُهُمْ فِى ظِلَٰلٍ عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ مُتَّكِـُٔونَ

Zij en hun echtgenotes zullen zich in schaduwen bevinden, op rustbanken leunend.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: هُمْ وَأَزْوَاجُهُمْ فِي ظِلالٍ عَلَى الأَرَائِكِ مُتَّكِئُونَ (Zij en hun echtgenoten verkeren in schaduwen, op rustbanken leunend) (56).

    De Verhevene bedoelt met Zijn uitspraak هُمْ (zij): de bewoners van het paradijs (janna), وَأَزْوَاجُهُمْ (en hun echtgenoten) van onder de mensen van het paradijs, in het paradijs.

    Zoals al-Ḥārith mij heeft verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Wuwwāʾ heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn uitspraak هُمْ وَأَزْوَاجُهُمْ فِي ظِلالٍ (zij en hun echtgenoten verkeren in schaduwen): hij zei: hun wettige echtgenotes in schaduwen.

    De koranreciteurs verschilden van mening over de lezing daarvan. Sommigen van hen lazen het فِي ظُلَلٍ in de betekenis van het meervoud van ẓulla (afdak), zoals ḥulla (gewaad) wordt meervoud gemaakt tot ḥulal. Anderen lazen het في ظِلالٍ ; en wanneer het zo gelezen wordt, heeft het twee mogelijke betekenissen. De eerste is dat ermee bedoeld wordt het meervoud van al-ẓulal, dat de betekenis heeft van beschutting (kinn); dan is de betekenis van het woord: zij en hun echtgenoten verkeren in een beschutting waarin zij niet aan de zon worden blootgesteld zoals de mensen van deze wereld eraan worden blootgesteld, want daarin is geen zon. De tweede is dat ermee bedoeld wordt het meervoud van ẓulla; dan is de wijze van zijn meervoudsvorming gelijk aan hun meervoudsvorming van ḫulla (vriendschap) in de overvloed: ḫilāl, en van qulla: qilāl.

    En Zijn uitspraak عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ (op rustbanken leunend): de arāʾik zijn de bruidsbedden (ḥijāl) waarin de rustbanken (suru) en de matrassen (furush) staan; het enkelvoud daarvan is arīka. Sommigen beweerden dat elk bed een arīka is, en zij voerden ter staving van hun uitspraak het vers van Dhū al-Rumma aan:

    .......................

    Alsof zij met de ruwe grond de aanraking van de arāʾik aanraken (2)

    En in de geest van wat wij hierover gezegd hebben, spraken de geleerden van de uitleg.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Yaʿqūb heeft mij verteld, hij zei: Hushaym heeft ons verteld, hij zei: Ḥuṣayn heeft ons bericht, op gezag van Mujāhid, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn uitspraak عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ (op rustbanken leunend): hij zei: het zijn de rustbanken in de bruidsbedden.

    Hannād heeft ons verteld, hij zei: Abū al-Aḥwaṣ heeft ons verteld, op gezag van Ḥuṣayn, op gezag van Mujāhid, over de uitspraak van Allah عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ (op rustbanken leunend): hij zei: de arāʾik zijn de rustbanken waarop de bruidsbedden staan.

    Ibn Bashshār heeft ons verteld, hij zei: Muʾammal heeft ons verteld, hij zei: Sufyān heeft ons verteld, hij zei: Ḥuṣayn heeft ons verteld, op gezag van Mujāhid, over Zijn uitspraak مُتَّكِئِينَ فِيهَا عَلَى الأرَائِكِ (daarin leunend op rustbanken): hij zei: de arāʾik zijn de rustbanken in de bruidsbedden.

    Abū al-Sāʾib heeft ons verteld, hij zei: Ibn Idrīs heeft ons verteld, hij zei: Ḥuṣayn heeft ons bericht, op gezag van Mujāhid, over Zijn uitspraak عَلَى الأرَائِكِ (op rustbanken): hij zei: rustbanken waarop de bruidsbedden staan.

    Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: al-Muʿtamir heeft ons verteld, op gezag van zijn vader, hij zei: Muḥammad beweerde dat ʿIkrima zei: de arāʾik zijn de rustbanken in de bruidsbedden.

    Yaʿqūb heeft mij verteld, hij zei: Ibn ʿUlayya heeft ons verteld, op gezag van Abū Rajāʾ, hij zei: ik hoorde al-Ḥasan, terwijl een man hem naar de arāʾik vroeg, zeggen: het zijn de bruidsbedden; de mensen van Jemen zeggen: de arīka van zus-en-zo. En ik hoorde ʿIkrima, toen hem ernaar gevraagd werd, zeggen: het zijn de bruidsbedden op de rustbanken.

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ (op rustbanken leunend): hij zei: het zijn de bruidsbedden waarin de rustbanken staan.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : هُمْ وَأَزْوَاجُهُمْ فِي ظِلالٍ عَلَى الأَرَائِكِ مُتَّكِئُونَ (56) يعني تعالى بقوله ( هُمْ) أصحاب الجنة ( وَأَزْوَاجُهُمْ ) من أهل الجنة في الجنة. كما حدثني الحارث، قال: ثنا الحسن، قال: ثنا ووقاء، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، قوله ( هُمْ وَأَزْوَاجُهُمْ فِي ظِلالٍ ) قال: حلائلهم في ظلل . واختلفت القرّاء في قراءة ذلك، فقرأه بعضهم: (فِي ظُلَلٍ) بمعنى: جمع ظلة، كما تُجمع الْحُلة حُلَلا. وقرأه آخرون ( في ظِلالٍ) ؛ وإذا قرىء ذلك كذلك كان له وجهان: أحدهما أن يكون مُرادًا به جمع الظُّلَل الذي هو بمعنى الكِنّ، فيكون معنى الكلمة حينئذ: هم وأزواجهم في كِنّ لا يضْحَوْن لشمس كما يَضْحَى لها أهلُ الدنيا، لأنه لا شمس فيها. والآخر: أن يكون مرادا به جمع ظلة، فيكون وجه جمعها كذلك نظير جمعهم الخلة في الكثرة: الخلال، والقُلَّة: قِلال. وقوله ( عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ ) والأرائك: هي الحِجال فيها السُرر والفُرُش: واحدتها أريكة، وكان بعضهم يزعم أن كل فِراش فأريكة، ويستشهد لقوله ذلك بقول ذي الرمة: ....................... كأنَّمـا يُبَاشِـرْنَ بالمَعزاءِ مَسَّ الأرَائِكِ (2) وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني يعقوب، قال: ثنا هشيم، قال: أخبرنا حُصَيْن، عن مجاهد، عن ابن عباس، في قوله ( عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ ) قال: هي السُّرُر في الحِجال . حدثنا هناد، قال: ثنا أبو الأحوص، عن حصين، عن مجاهد، في قول الله ( عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ ) قال: الأرائك: السُّرر عليها الحِجال . حدثنا ابن بشار، قال: ثنا مؤمل، قال: ثنا سفيان، قال: ثنا حصين، عن مجاهد، في قوله ( مُتَّكِئِينَ فِيهَا عَلَى الأرَائِكِ ) قال: الأرائك: السُّرُر في الحِجال . حدثنا أبو السائب، قال: ثنا ابن إدريس، قال: أخبرنا حُصَيْن، عن مجاهد، في قوله ( عَلَى الأرَائِكِ ) قال: سُرُر عليها الحِجال . حدثنا ابن عبد الأعلى، قال: ثنا المعتمر، عن أبيه، قال: زعم محمد أن عكرمة قال: الأرائك: السُّرُر في الحِجال . حدثني يعقوب، قال: ثنا ابن عُلَية، عن أبي رجاء، قال: سمعت الحسن، وسأله رجل عن الأرائك قال: هي الحجال. أهل اليمن يقولون: أريكة فلان. وسمعت عكرمة وسئل عنها فقال: هي الحجال على السُّرر . حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة ( عَلَى الأرَائِكِ مُتَّكِئُونَ ) قال: هي الحِجال فيها السرر .