Tafseer van Yaa-Sien · Yaseen · 36:50
Dan kunnen zij (elkaar) niet raadplegen en zij kunnen niet tot hun familie terugkeren.
En Zijn uitspraak ( فَلا يَسْتَطِيعُونَ تَوْصِيَةً ) — "En dan zullen zij geen testament kunnen maken" — betekent: de Verhevene zegt: deze polytheïsten (mushrikīn) zullen bij de blazing op de bazuin niemand een testament over hun bezittingen kunnen nalaten ( وَلا إِلَى أَهْلِهِمْ يَرْجِعُونَ ) — "noch tot hun familie terugkeren" — Hij zegt: en wie van hen zich buiten zijn huis bevindt, zal niet tot hen kunnen terugkeren, omdat hun daartoe geen uitstel wordt gegund, maar zij in der haast met de vernietiging worden getroffen.
En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers gesproken.
* De vermelding van wie dat heeft gezegd:
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda ( فَلا يَسْتَطِيعُونَ تَوْصِيَةً ), dat wil zeggen: betreffende hetgeen in hun handen is ( وَلا إِلَى أَهْلِهِمْ يَرْجِعُونَ ), hij zei: zij worden daarvoor te haastig getroffen.
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak وَمَا يَنْظُرُ هَؤُلاءِ إِلا صَيْحَةً وَاحِدَةً ... tot het einde van het vers, hij zei: Dit is het begin van de Dag der Opstanding. En hij reciteerde ( فَلا يَسْتَطِيعُونَ تَوْصِيَةً ) tot hij kwam aan إِلَى رَبِّهِمْ يَنْسِلُونَ — "naar hun Heer haasten zij zich."