Tafseer van De Mier · An-Naml · 27:75
En niets is onwaameembaar in de hemel en op de aarde, of het staat in een duidelijk Boek.
Allah de Verhevene zegt: وَمَا مِنْ غَائِبَةٍ — "Er is geen verborgen zaak" — dat wil zeggen: er is geen verborgen geheim en geen verborgen aangelegenheid die aan de ogen van de beschouwers onttrekt فِي السَّمَاءِ وَالأرْضِ إِلا فِي كِتَابٍ — "in de hemel en op de aarde, of zij bevindt zich in een Boek" — dat is de Moeder der Schriften (Umm al-Kitāb), waarin onze Heer alles heeft opgetekend wat zal geschieden, van het begin van Zijn schepping tot aan de Dag der Opstanding. Met Zijn woord مُبِينٍ — "duidelijk" — bedoelt Hij dat het duidelijk maakt aan wie het aanschouwt en leest wat onze Heer, verheven zij Zijn lof, daarin heeft opgetekend.
Overeenkomstig hetgeen wij hierover hebben gezegd, spraken de uitleggers van de Koran.
Vermelding van degenen die dit zeiden:
Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn woord: وَمَا مِنْ غَائِبَةٍ فِي السَّمَاءِ وَالأرْضِ إِلا فِي كِتَابٍ مُبِينٍ — hij zei: er is niets in de hemel en op de aarde, geheim noch openbaar, of Hij heeft er kennis van.