Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:31
Hij (Fir'aun) zei: "Breng het maar, als jij tot de waarachtigen behoort."
Toen Mozes hem dat zei, sprak de Farao tot hem: breng dan het duidelijke bewijs voor de werkelijkheid van wat jij zegt, want wij zullen jou dan niet gevangenzetten ook al neem jij een andere god naast mij aan, إِنْ كُنْتَ مِنَ الصَّادِقِينَ (als jij tot de waarachtigen behoort) — Hij zei: als jij gelijk hebt in wat jij zegt en waarachtig bent in wat jij beschrijft en meedeelt.