Tabari
Terug naar surah 26, ayah 209

Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:209

ذِكْرَىٰ وَمَا كُنَّا ظَٰلِمِينَ

Als een waarschuwing: en Wij weren geen onrechtvaardigen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Al-Qāsim heeft ons overgeleverd, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons overgeleverd, hij zei: Ḥajjāj heeft mij overgeleverd, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid: وَمَا أَهْلَكْنَا مِنْ قَرْيَةٍ إِلَّا لَهَا مُنْذِرُونَ * ذِكْرَى — hij zei: "De boodschappers." Ibn Jurayj zei: zijn woord ذِكْرَى — hij zei: "De boodschappers."

    Zijn woord: وَمَا كُنَّا ظَالِمِينَ — Hij zegt: "Wij zijn hen niet onrechtvaardig geweest door hen te bestraffen en te vernietigen, want Wij hebben hen slechts vernietigd nadat zij zich tegen Ons verzet hadden, Onze gunst ondankbaar waren en anderen dan Ons aanbaden, en dit nadat het bewijs tegen hen gesteld was en de waarschuwing aan hen gericht was, en de bewijzen hen aaneengesloten tegenover gesteld waren — waaruit bleek dat zij dit niet behoorden te doen — maar zij weigerden dan ook in het voortduren van de dwaalweg."

    Toon originele Arabische tekst
    حدثنا القاسم, قال: ثنا الحسين, قال: ثني حجاج, عن ابن جُرَيج, عن مجاهد: (وَمَا أَهْلَكْنَا مِنْ قَرْيَةٍ إِلا لَهَا مُنْذِرُونَ * ذِكْرَى) قال: الرسل. قال ابن جُرَيج: و قوله: (ذِكْرَى) قال: الرسل. قوله: (وَمَا كُنَّا ظَالِمِينَ) يقول: وما كنا ظالميهم في تعذيبناهم وإهلاكهم, لأنا إنما أهلكناهم, إذ عتوا علينا, وكفروا نعمتنا, وعبدوا غيرنا بعد الإعذار عليهم والإنذار, ومتابعة الحجج عليهم بأن ذلك لا ينبغي أن يفعلوه, فأبوا إلا التمادي في الغيّ.