Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:12
Hij (Môesa) zei: "Mijn Heer, ik ben bang dat zij mij loochenen.
De Verhevene — geprezen zij Zijn vermelding — zegt: ( Mozes ) zei tot zijn Heer: ( "Heer, ik vrees" ) van het volk van Farao tot wie U mij bevolen hebt te gaan ( "dat zij mij zullen verloochenen" ) in wat ik tot hen zeg: dat U mij tot hen hebt gezonden.