Tabari
Terug naar surah 26, ayah 103

Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:103

إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَءَايَةًۭ ۖ وَمَا كَانَ أَكْثَرُهُم مُّؤْمِنِينَ

Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah de Verhevene zegt: in wat Ibrāhīm als bewijzen heeft aangevoerd jegens zijn volk — de bewijzen die Wij van hem hebben vermeld — bevindt zich een duidelijk, helder teken voor wie lering trekt, waaruit blijkt dat de gewoonte van Allah met Zijn schepselen die de weg bewandelen van het volk van Ibrāhīm — door het aanbidden van de afgoden en goden en het navolgen ervan daarin — dezelfde is als wat Hij met hen heeft uitgevoerd in het hiernamaals: namelijk het neerstorten van hen en alles wat zij buiten Hem hadden aanbeden, samen met de legers van Iblīs, in de hel (al-jaḥīm). En de meerderheid van hen was in Zijn voorafgaande kennis geen gelovigen.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: إن فيما احتجّ به إبراهيم على قومه من الحجج التي ذكرنا له لدلالة بينة واضحة لمن اعتبر, على أن سنة الله في خلقه الذين يستنون بسنة قوم إبراهيم من عبادة الأصنام والآلهة, ويقتدون بهم في ذلك ما سنّ فيهم في الدار الآخرة, من كبكبتهم وما عبدوا من دونه مع جنود إبليس في الجحيم, وما كان أكثرهم في سابق علمه مؤمنين.