Tabari
Terug naar surah 25, ayah 75

Tafseer van Het Onderscheidingsteken · Al-Furqaan · 25:75

أُو۟لَٰٓئِكَ يُجْزَوْنَ ٱلْغُرْفَةَ بِمَا صَبَرُوا۟ وَيُلَقَّوْنَ فِيهَا تَحِيَّةًۭ وَسَلَٰمًا

Zij zijn degenen die beloond zullen worden met een ereplaats (in het Paradijs) en zij zullen daarin ontvangen worden met om begroeting en vrede.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah de Verhevene zegt: dezen van Mijn dienaren wier hoedanigheid Ik heb beschreven — vanaf het begin van Zijn woord وَعِبَادُ الرَّحْمَنِ الَّذِينَ يَمْشُونَ عَلَى الأَرْضِ هَوْنًا ... tot Zijn woord وَالَّذِينَ يَقُولُونَ رَبَّنَا هَبْ لَنَا مِنْ أَزْوَاجِنَا ... het vers — يُجْزَوْنَ — dat wil zeggen: zij worden beloond voor deze daden die zij in de wereld hebben verricht; الْغُرْفَةَ — dat is een verheven verblijf van de verblijven van het paradijs (janna); بِمَا صَبَرُوا — dat wil zeggen: door hun geduld bij deze daden en het doorstaan van de zwaarte ervan. Zijn woord وَيُلَقَّوْنَ فِيهَا تَحِيَّةً وَسَلامًا : de koran-recitators zijn onderling van mening verschild over de lezing ervan. De meerderheid van de koranrecitators van Medina en Basra lazen het als وَيُلَقَّوْنَ — met een gesloten yāʾ en een verdubbelde qāf — in de betekenis van: de engelen begroeten hen daarin met de begroeting. De meerderheid van de koranrecitators van Koefa lazen dat als "wa-yalqawna" — met een open yāʾ en een enkelvoudige qāf.

    De meest aangewezen uitspraak hierover is te zeggen: het zijn twee bekende lezingen bij de recitators in de grote steden, met één betekenis; wie van de twee ook reciteert heeft het goed. Echter, de lezing die mij het meest welgevallig is om te reciteren is "wa-yalqawna fīhā" — met een open yāʾ en een enkelvoudige qāf. Want de Arabieren gebruiken wanneer zij het met de verdubbeling zeggen: "zo-en-zo wordt begroet (yutalaqqā) met de vrede (al-salām) en met het goede" en "wij begroeten (natalaqqā) hen met de vrede" — zij voegen er dan de yāʾ aan toe. Zelden zeggen zij: "zo-en-zo wordt de vrede toebedeeld (yulqā al-salām)." Derhalve zou de correcte formulering als het met de verdubbeling was zijn: "zij worden begroet (yutalaqqawna) daarin met de begroeting en de vrede."

    Wij kozen voor deze lezing zoals men toestaat te zeggen "ik greep het toom aan" en "ik greep het toom."

    Wij hebben de betekenis van de begroeting (taḥiyya) en de vrede (salām) elders al uiteengezet, zodat het niet nodig is dit hier opnieuw te vermelden.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: هؤلاء الذين وصفت صفتهم من عبادي, وذلك من ابتداء قوله: وَعِبَادُ الرَّحْمَنِ الَّذِينَ يَمْشُونَ عَلَى الأَرْضِ هَوْنًا ... إلى قوله: وَالَّذِينَ يَقُولُونَ رَبَّنَا هَبْ لَنَا مِنْ أَزْوَاجِنَا ... الآية ( يُجْزَوْنَ ) يقول: يُثابون على أفعالهم هذه التي فعلوها في الدنيا( الْغُرْفَةَ ) وهي منـزلة من منازل الجنة رفيعة ( بِمَا صَبَرُوا ) يقول: بصبرهم على هذه الأفعال, ومقاساة شدتها. وقوله: ( وَيُلَقَّوْنَ فِيهَا تَحِيَّةً وَسَلامًا ) اختلفت القرّاء في قراءته, فقرأته عامة قرّاء أهل المدينة والبصرة ( وَيُلَقَّوْنَ ) مضمومة الياء, مشدّدة القاف, بمعنى: وتتلقاهم الملائكة فيها بالتحية. وقرأ ذلك عامة قراء الكوفة: " وَيَلْقَوْنَ" بفتح الياء, وتخفيف القاف. والصواب من القول في ذلك أن يقال: إنهما قراءتان مشهورتان في قَرَأة الأمصار بمعنى واحد, فبأيتهما قرأ القارئ فمصيب, غير أن أعجب القراءتين إليّ أن أقرأ بها " وَيَلْقَوْنَ فِيهَا " بفتح الياء, وتخفيف القاف. لأن العرب إذا قالت ذلك بالتشديد, قالت: فلان يُتَلَّقَّى بالسلام وبالخير ونحن نتلقاهم بالسلام, قرنته بالياء وقلما تقول: فلان يُلقَّى السلام, فكان وجه الكلام لو كان بالتشديد, أن يقال: ويُتَلَقَّوْنَ فيها بالتحية والسلام. وإنما اخترنا القراءة بذلك, كما تجيز أخذت بالخطام, وأخذت الخطام. وقد بيَّنا معنى التحية والسلام فيما مضى قبل, فأغنى عن إعادته في هذا الموضع.