Tabari
Terug naar surah 24, ayah 4

Tafseer van Het Licht · An-Noor · 24:4

وَٱلَّذِينَ يَرْمُونَ ٱلْمُحْصَنَٰتِ ثُمَّ لَمْ يَأْتُوا۟ بِأَرْبَعَةِ شُهَدَآءَ فَٱجْلِدُوهُمْ ثَمَٰنِينَ جَلْدَةًۭ وَلَا تَقْبَلُوا۟ لَهُمْ شَهَٰدَةً أَبَدًۭا ۚ وَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْفَٰسِقُونَ

En degenen die eerzame vrouwen beschuldigen (van ontucht) en vervolgens geen vier getuigen brengen: slaat hen met tachtig slagen. En aanvaardt nooit getuigenissen van hen, went zij zijn degenen die zwam zonden begaan.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, verheven is Zijn lof, zegt: degenen die de kuise vrijen moslimse vrouwen smaden door hen ontucht (zinā) ten laste te leggen, en daarna voor wat zij hun ten laste leggen geen vier rechtvaardige getuigen aanvoeren die betuigen dat zij hen zagen het verrichten — geselt degenen die hen dit ten laste legden tachtig zweepslagen, en aanvaard hun getuigenis nooit meer; zij zijn degenen die het gebod van Allah overtraden en Zijn gehoorzaamheid verlieten, en zo zondigden.

    Er is overgeleverd dat dit vers geopenbaard werd inzake degenen die ʿĀʾisha, de echtgenote van de Profeet sallallahu alayhi wa-sallam, vals beschuldigden met de leugen (ifk).

    Vermelding van degenen die dit zeiden:

    Abū l-Sāʾib en Ibrāhīm ibn Saʿīd hebben mij verteld, zij zeiden: Ibn Fuḍayl heeft ons verteld, op gezag van Khuṣayf — hij zei: ik vroeg Saʿīd ibn Jubayr: "Wat is ernstiger: ontucht (zinā) of het vals beschuldigen van een kuise vrouw (qadhf al-muḥṣana)?" Hij zei: "Nee, ontucht is erger." Ik zei: "Maar Allah zegt وَالَّذِينَ يَرْمُونَ الْمُحْصَنَاتِ ." Hij zei: "Dit gaat specifiek over de zaak van ʿĀʾisha."

    Er is mij verteld van al-Ḥusayn, hij zei: ik hoorde Abū Muʿādh zeggen: ʿUbayd heeft ons bericht, hij zei: ik hoorde al-Ḍaḥḥāk zeggen over وَالَّذِينَ يَرْمُونَ الْمُحْصَنَاتِ ثُمَّ لَمْ يَأْتُوا بِأَرْبَعَةِ شُهَدَاءَ — dit vers gaat over de moslimse vrouwen.

    Joenos heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over وَأُولَئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ : hij zei — de leugenaars.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: والذين يَشْتمون العفائف من حرائر المسلمين، فيرمونهنّ بالزنا، ثم لم يأتوا على ما رمَوْهن به من ذلك بأربعة شهداء عدول يشهدون، عليهنّ أنهنّ رأوهن يفعلن ذلك، فاجلدوا الذين رموهن بذلك ثمانين جلدة، ولا تقبلوا لهم شهادة أبدا، وأولئك هم الذين خالفوا أمر الله وخرجوا من طاعته ففسقوا عنها. وذُكر أن هذه الآية إنما نـزلت في الذين رموا عائشة، زوج النبيّ صلى الله عليه وسلم بما رموها به من الإفك. *ذكر من قال ذلك: حدثني أبو السائب وإبراهيم بن سعيد، قالا ثنا ابن فضيل، عن خصيف، قال: قلت لسعيد بن جُبير: الزنا أشدّ، أو قذف المحصنة؟ قال: لا بل الزنا. قلت: إن الله يقول: ( وَالَّذِينَ يَرْمُونَ الْمُحْصَنَاتِ ) قال: إنما هذا في حديث عائشة خاصة. حُدثت عن الحسين، قال: سمعت أبا معاذ يقول: أخبرنا عبيد، قال: سمعت الضحاك يقول في قوله: وَالَّذِينَ يَرْمُونَ الْمُحْصَنَاتِ ثُمَّ لَمْ يَأْتُوا بِأَرْبَعَةِ شُهَدَاءَ)... الآية في نساء المسلمين. حدثني يونس، قال: أخبرنا ابن وهب، قال: قال ابن زيد، في قوله: ( وَأُولَئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ ) قال: الكاذبون.