Tabari
Terug naar surah 23, ayah 55

Tafseer van De Gelovigen · Al-Muminoon · 23:55

أَيَحْسَبُونَ أَنَّمَا نُمِدُّهُم بِهِۦ مِن مَّالٍۢ وَبَنِينَ

Denken zij dat omdat Wij hen rijkdom en kinderen gegeven hebben.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woord: أَيَحْسَبُونَ أَنَّمَا نُمِدُّهُمْ بِهِ مِنْ مَالٍ وَبَنِينَ — De Verhevene — verheven zij Zijn gedachtenis — zegt: Denken deze groepen die hun godsdienst in boeken hebben verdeeld, dat wat Wij hun geven in het vluchtige aardse leven aan bezittingen en zonen — نُسَارِعُ لَهُمْ — dat wil zeggen: Wij haasten ons voor hen naar de goede daden van het hiernamaals en spoeden ons daarin voor hen? En "mā" in Zijn woord: أَنَّمَا نُمِدُّهُمْ بِهِ staat in de naṣb, omdat het de betekenis heeft van "alladhī" (hetgeen). بَل لا يَشْعُرُونَ — De Verhevene — verheven zij Zijn gedachtenis — zegt, hen daarin weerleggend: Het is zo niet gesteld — maar zij weten niet dat Mijn bestendige ondersteuning van hen met wat Ik hen daarin geef slechts uitstel en geleidelijk verleiden is.\n\nMet wat wij zeiden zijn ook de uitleggers het eens.\n\n*Vermelding van wie dit zeiden:*\n\nMuḥammad ibn ʿAmr heeft mij overgeleverd, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons overgeleverd, hij zei: ʿĪsā heeft ons overgeleverd; en al-Ḥārith heeft mij overgeleverd, hij zei: al-Ḥasan heeft ons overgeleverd, hij zei: Warqāʾ heeft ons overgeleverd — allen op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: أَنَّمَا نُمِدُّهُمْ — hij zei: wat Wij hun geven.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: ( أَيَحْسَبُونَ أَنَّمَا نُمِدُّهُمْ بِهِ مِنْ مَالٍ وَبَنِينَ ) يقول تعالى ذكره: أيحسب هؤلاء الأحزاب الذين فرقوا دينهم زبرا، أن الذي نعطيهم في عاجل الدنيا من مال وبنين ( نُسَارِعُ لَهُمْ ) يقول: نسابق لهم في خيرات الآخرة، ونبادر لهم فيها. و " ما " من قوله: ( أَنَّمَا نُمِدُّهُمْ بِهِ ) نصب؛ لأنها بمعنى الذي ( بَل لا يَشْعُرُونَ ) يقول تعالى ذِكْره تكذيبا لهم: ما ذلك كذلك، بل لا يعلمون أن إمدادي إياهم بما أمدّهم به من ذلك إنما هو إملاء واستدراج لهم. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. *ذكر من قال ذلك: حدثني محمد بن عمرو، قال: ثنا أبو عاصم، قال: ثنا عيسى، وحدثني الحارث، قال: ثنا الحسن، قال: ثنا ورقاء ، جميعا عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد: ( أَنَّمَا نُمِدُّهُمْ ) قال: نعطيهم.