Tabari
Terug naar surah 22, ayah 71

Tafseer van De Bedevaart · Al-Hajj · 22:71

وَيَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَمْ يُنَزِّلْ بِهِۦ سُلْطَٰنًۭا وَمَا لَيْسَ لَهُم بِهِۦ عِلْمٌۭ ۗ وَمَا لِلظَّٰلِمِينَ مِن نَّصِيرٍۢ

En zij aanbidden naast Allah dat waarover Hij geen bewijs neergezonden heeft en waarover zij geen kennis hebben. En voor de onrechtplegers zal geen geen helper zijn.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, verheven is Zijn vermelding, zegt: Deze polytheïsten (mushrikīn) aanbidden naast Hem iets waarvoor Hij, verheven zij Zijn lof, geen bewijs heeft neergezonden in een van de boeken die Hij aan Zijn gezanten heeft geopenbaard — dat het goden zouden zijn die het aanbidden waard zijn — zodat zij ze zouden aanbidden op grond van Allah's verlof daartoe. En zij hebben ook geen kennis dat het goden zouden zijn. وَمَا لِلظَّالِمِينَ مِنْ أَنْصَارٍ ("En er zijn voor de onrechtplegers geen helpers") — Hij zegt: De ongelovigen in Allah die deze afgodsbeelden aanbidden zullen op de Dag der Opstanding geen helper hebben die hen te hulp komt, hen redt van Allahs bestraffing of Zijn kwelling van hen afwendt wanneer Hij hen wil bestraffen.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: ويعبد هؤلاء المشركون بالله من دونه ما لم ينـزل به جلّ ثناؤه لهم حجة من السماء في كتاب من كتبه التي أنـزلها إلى رسله, بأنها آلهة تصلح عبادتها، فيعبدوها بأن الله أذن لهم في عبادتها, وما ليس لهم به علم أنها آلهة &; 18-683 &; وَمَا لِلظَّالِمِينَ مِنْ أَنْصَارٍ يقول: وما للكافرين بالله الذين يعبدون هذه الأوثان من ناصر ينصرهم يوم القيامة, فينقذهم من عذاب الله ويدفع عنهم عقابه إذا أراد عقابهم.