Tabari
Terug naar surah 22, ayah 64

Tafseer van De Bedevaart · Al-Hajj · 22:64

لَّهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ ۗ وَإِنَّ ٱللَّهَ لَهُوَ ٱلْغَنِىُّ ٱلْحَمِيدُ

Aan Hem behoort wat er in de hemelen en op de aarde is. En voorwaar, Allah is zeker de Behoefteloze, de Geprezene.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, verheven is Zijn vermelding, zegt: Aan Hem behoort de heerschappij over al wat in de hemelen en op de aarde is; zij zijn Zijn slaven (ʿabīd), Zijn bezittingen en Zijn schepping. Hij heeft daarin geen deelgenoot, en evenmin in enig onderdeel daarvan. En Allah is Behoefteloos aan alles wat in de hemelen en op de aarde is van Zijn schepselen, terwijl zij degenen zijn die Hem behoeven. Hij is Geprezen bij Zijn dienaren vanwege Zijn gunsten aan hen en Zijn weldaden jegens hen.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: له مُلك ما في السموات وما في الأرض من شيء هم عبيده ومماليكه وخلقه, لا شريك له في ذلك، ولا في شيء منه, وإن الله هو الغنيّ عن كل ما في السموات وما في الأرض من خلقه وهم المحتاجون إليه, الحميد عند عباده في إفضاله عليهم وأياديه عندهم.