Tabari
Terug naar surah 22, ayah 18

Tafseer van De Bedevaart · Al-Hajj · 22:18

أَلَمْ تَرَ أَنَّ ٱللَّهَ يَسْجُدُ لَهُۥ مَن فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَن فِى ٱلْأَرْضِ وَٱلشَّمْسُ وَٱلْقَمَرُ وَٱلنُّجُومُ وَٱلْجِبَالُ وَٱلشَّجَرُ وَٱلدَّوَآبُّ وَكَثِيرٌۭ مِّنَ ٱلنَّاسِ ۖ وَكَثِيرٌ حَقَّ عَلَيْهِ ٱلْعَذَابُ ۗ وَمَن يُهِنِ ٱللَّهُ فَمَا لَهُۥ مِن مُّكْرِمٍ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ يَفْعَلُ مَا يَشَآءُ ۩

Zie jij dan niet dat alles zich voor Allah neerknielt wat er in de hemel en op de aarde is, en de zon en de maan en de sterren en de bergen en de bomen en de dieren en een groot deel van de mensen? Maar voor velen is de bestraffing verplicht. En wie er door Allah vernederd wordt: voor hem zijn erdan geen eerbewijzers. Voorwaar, Allah doet wat Hij wil.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, Verheven zij Zijn lof, zegt: Wie Allah vernedert uit Zijn schepping en hem ongelukkig maakt, (فَمَا لَهُ مِنْ مُكْرِمٍ) — er is niemand die hem met geluk en voorspoed kan vereren, want alle aangelegenheden berusten bij Allah — Hij geeft succes aan wie Hij wil in Zijn gehoorzaamheid, Hij laat in de steek wie Hij wil, maakt ongelukkig wie Hij wil en gelukkig wie Hij liefheeft.

    Zijn woorden (إِنَّ اللَّهَ يَفْعَلُ مَا يَشَاءُ) — Allah, Verheven zij Zijn lof, zegt: Waarlijk, Allah doet met Zijn schepping wat Hij wil — het vernederen van wie Hij wil vernederen, en het vereren van wie Hij waardig acht, want de schepping is Zijn schepping en de beschikking is Zijn beschikking: لا يُسْأَلُ عَمَّا يَفْعَلُ وَهُمْ يُسْأَلُونَ (Hij wordt niet ondervraagd over wat Hij doet, maar zij worden ondervraagd). Er is overgeleverd van sommigen dat zij het lazen als (فَمَا لَهُ مِنْ مُكْرَمٍ) — in de betekenis van: er is voor hem geen verering (ikrām). Dat is een lezing die ik niet kan goedkeuren vanwege de consensus van de autoriteiten onder de recitatoren over het tegendeel ervan.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: ومن يهنه الله من خلقه فَيُشْقِه، ( فَمَا لَهُ مِنْ مُكْرِمٍ ) بالسعادة يسعده بها، لأن الأمور كلها بيد الله، يوفِّق من يشاء لطاعته، ويخذل من يشاء، ويُشقي من أراد، ويسعد من أحبّ. وقوله: ( إِنَّ اللَّهَ يَفْعَلُ مَا يَشَاءُ ) يقول تعالى ذكره: إن الله يفعل في خلقه ما يشاء من إهانة من أراد إهانته، وإكرام من أراد كرامته، لأن الخلق خلقه والأمر أمره، لا يُسْأَلُ عَمَّا يَفْعَلُ وَهُمْ يُسْأَلُونَ . وقد ذُكر عن بعضهم أنه قرأه ( فَمَا لَهُ مِنْ مُكْرَمٍ ) بمعنى: فما له من إكرام، وذلك قراءة لا أستجيز القراءة بها لإجماع الحجة من القرّاء على خلافه.