Tafseer van De Bedevaart · Al-Hajj · 22:10
(Er wordt gezegd:) "Dat is vanwege wat jouw handen vooruitgestuurd hebben." En voorwaar, Allah is niet onrechtvardig voor de dienaren.
Wat Zijn woord betreft — ذَلِكَ بِمَا قَدَّمَتْ يَدَاكَ ('Dit is vanwege wat uw handen vooruit hebben gezonden') — zegt Allah, verheven zij Zijn lof: hem wordt gezegd, wanneer hij op de Dag der Opstanding de bestraffing (ʿadhāb) van het Vuur laat proeven: 'Deze bestraffing die Wij u vandaag doen proeven, is vanwege wat uw handen in de wereld vooruit hebben gezonden aan zonden en vergrijpen, en vanwege wat u daarin aan misdaden hebt verworven.' وَأَنَّ اللَّهَ لَيْسَ بِظَلَّامٍ لِلْعَبِيدِ ('En dat Allah de dienaren geenszins onrecht aandoet') — zegt: Wij hebben dit gedaan, omdat Allah de dienaren geenszins onrecht aandoet, zodat Hij sommige van Zijn dienaren zou bestraffen voor een misdaad terwijl Hij aan een ander eenzelfde vergrijp vergeeft, of zodat Hij de zonde van een zondaar op een onschuldige zou laden en deze zou bestraffen terwijl Hij de zondaar vrijuit laat gaan. Veeleer bestraft Hij niemand dan wegens diens eigen misdaad, en straft Hij niemand voor een zonde die Hij aan een ander vergeeft, tenzij er een reden bestaat waardoor die ander Zijn vergiffenis heeft verdiend.