Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:9
En heeft het verhaal van Môesa jou bereikt?
De uiteenzetting van de exegese van het woord van Allah de Verhevene: وَهَلْ أَتَاكَ حَدِيثُ مُوسَى (vers 9)
Allah, verheven zij Zijn gedachtenis, zegt tot Zijn profeet Muḥammad ﷺ — hem troostend voor de moeilijkheden die hij ondervond van de polytheïsten (mushrikīn) onder zijn volk, hem onderrichtend over de helderheid van zijn zaak en hun zaak, dat hij boven hen verheven zal worden en het bedrog van de ongelovigen (kāfir) verzwakt zal worden, hem aansporend tot ijver in zijn zaak en tot geduld in zijn aanbidding, en opdat hij — bij hetgeen hem van zijn vijanden overvalt, zowel de mushrikīn onder zijn volk als anderen, en bij hetgeen hem aan inspanning in gehoorzaamheid aan Hem kost — voor ogen houdt wat zijn broeder Moeza, vrede zij met hem, overkwam van zijn vijand, vervolgens van zijn volk en van de Kinderen van Israël, en welke beproeving en moeilijkheden hij daarin doormaakte als klein kind, daarna als opgroeiende jongeling, vervolgens als volwassen man:
وَهَلْ أَتَاكَ — o Muḥammad — حَدِيثُ مُوسَى — de zoon van ʿImrān?