Tabari
Terug naar surah 20, ayah 50

Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:50

قَالَ رَبُّنَا ٱلَّذِىٓ أَعْطَىٰ كُلَّ شَىْءٍ خَلْقَهُۥ ثُمَّ هَدَىٰ

Hij (Môesa) zei: "Onze Heer is Degene Die aan ieder ding van Zijn schepping vorm gegeven heeft en (het) daarna geleid heeft."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn woord قَالَ فَمَنْ رَبُّكُمَا يَا مُوسَى (20:49): in deze zin is iets weggelaten, waarvan de vermelding is nagelaten omdat de context er aanwijzing over geeft; het is namelijk Zijn woord: فَأَتِيَاهُ (gaat beiden naar hem toe) — zij gingen naar hem toe en zeiden hem wat hun Heer hun had opgedragen, en brachten hem Zijn boodschap over. Farao zei toen tot hen beiden: فَمَنْ رَبُّكُمَا يَا مُوسَى (wie is uw beider Heer, o Mozes?) — hij richtte zijn woord tot Mozes alleen met de aanroep "o Mozes", hoewel hij het gesprek daarvoor tot Mozes en zijn broer richtte. De reden daarvoor is dat het antwoorden altijd van een enkeling komt, ook al is het aanspreken tot een groep gericht, en niet van allen tegelijk. Dit lijkt op Zijn woord: نَسِيَا حُوتَهُمَا (zij vergaten hun vis) — terwijl degene die de vis droeg er maar één was, namelijk de dienaar van Mozes. Dit wordt bevestigd door Zijn woord: فَإِنِّي نَسِيتُ الْحُوتَ وَمَا أَنْسَانِيهُ إِلا الشَّيْطَانُ أَنْ أَذْكُرَهُ (ik vergat de vis, en alleen de duivel deed mij vergeten hem te noemen).

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله ( قَالَ فَمَنْ رَبُّكُمَا يَا مُوسَى ) في هذا الكلام متروك، ترك ذكره استغناء بدلالة ما ذكر عليه عنه، وهو قوله: (فأتياه) فقالا له ما أمرهما به ربهما وأبلغاه رسالته، فقال فرعون لهما( فَمَنْ رَبُّكُمَا يَا مُوسَى ) فخاطب موسى وحده بقوله: يا موسى، وقد وجه الكلام قبل ذلك إلى موسى وأخيه. وإنما فعل ذلك كذلك، لأن المجاوبة إنما تكون من الواحد وإن كان الخطاب بالجماعة لا من الجميع، وذلك نظير قوله نَسِيَا حُوتَهُمَا وكان الذي يحمل الحوت واحد، وهو فتى موسى، يدل على ذلك قوله فَإِنِّي نَسِيتُ الْحُوتَ وَمَا أَنْسَانِيهُ إِلا الشَّيْطَانُ أَنْ أَذْكُرَهُ .