Tabari
Terug naar surah 20, ayah 49

Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:49

قَالَ فَمَن رَّبُّكُمَا يَٰمُوسَىٰ

Hij (Fir'aun) zei: "Wie is jullie Heer, O Môesa?"

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: إِنَّا قَدْ أُوحِيَ إِلَيْنَا أَنَّ الْعَذَابَ عَلَى مَنْ كَذَّبَ وَتَوَلَّى (20:48)

    (Voorwaar, aan ons is geopenbaard dat de bestraffing rust op wie liegt en zich afwendt.)

    Allah de Verhevene zegt tot Zijn gezant Mozes en Hārūn: zegt tot farao: aan ons is door uw Heer geopenbaard dat Zijn bestraffing — die geen einde en geen ophouden kent — rust op wie liegt over wat wij hem oproepen tot: de eenheid van Allah en Zijn gehoorzaamheid en de beantwoording van Zijn gezanten. وَتَوَلَّى — dat wil zeggen: hij keerde zich om, wegdraaiend van de waarheid die wij hem gebracht hebben.

    Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn woord أَنَّ الْعَذَابَ عَلَى مَنْ كَذَّبَ وَتَوَلَّى : hij loochende het Boek van Allah en wendde zich af van de gehoorzaamheid aan Allah.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : إِنَّا قَدْ أُوحِيَ إِلَيْنَا أَنَّ الْعَذَابَ عَلَى مَنْ كَذَّبَ وَتَوَلَّى (48) يقول تعالى ذكره لرسوله موسى وهارون: قولا لفرعون إنا قد أوحى إلينا ربك أن عذابه الذي لا نفاد له، ولا انقطاع على من كذب بما ندعوه إليه من توحيد الله وطاعته، وإجابة رسله (وتولى) يقول: وأدبر مُعرضا عما جئناه به من الحقّ. كما حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله ( أَنَّ الْعَذَابَ عَلَى مَنْ كَذَّبَ وَتَوَلَّى ) كذب بكتاب الله، وتولى عن طاعة الله.