Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:118
Voorwaar, daarin is voor jou geen honger en jij bent er niet naakt.
Het woord inzake de uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: إِنَّ لَكَ أَلا تَجُوعَ فِيهَا وَلا تَعْرَى (»Voorwaar, voor jou is het zo dat je daarin noch honger lijdt noch naakt bent«) (20:118)
Allah de Verhevene zegt, als mededeling van wat Hij Ādam zei toen Hij hem in het paradijs (janna) liet verblijven: (»Voorwaar, voor jou«) — o Ādam — (»is het zo dat je daarin noch honger lijdt noch naakt bent«). Het woord »dat« (an) in zijn woord أَلا تَجُوعَ فِيهَا وَلا تَعْرَى staat in de accusatief (naṣb) omdat het beregeerd wordt door het »voorwaar« (inna) in zijn woord (»Voorwaar, voor jou«).