Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:116
En toen Wij tegen de Engelen Zeiden: "Werpt jullie neer voor Adam," wierpen zij zich neer, behalvc lblîs, hij weigerde.
Het woord inzake de uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلائِكَةِ اسْجُدُوا لآدَمَ فَسَجَدُوا إِلا إِبْلِيسَ أَبَى (»En gedenk toen Wij de engelen zeiden: »Maakt een sujūd voor Ādam«, en zij maakten een sujūd, behalve Iblīs: hij weigerde«) (20:116)
Allah de Verhevene zegt — terwijl Hij Zijn Profeet Muḥammad ﷺ onderwijst over het feit dat Ādam zijn verbond verwaarloosde, en hem ervan op de hoogte stelt dat zijn nakomelingen daarin niet verder zullen gaan dan zijn eigen weg te volgen, behalve degenen van hen die Allah heeft behoed —: (en) gedenk, o Muḥammad: وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلائِكَةِ اسْجُدُوا لآدَمَ فَسَجَدُوا إِلا إِبْلِيسَ أَبَى — (hij weigerde) voor hem een sujūd te maken.