Tafseer van Maryam (Maria) · Maryam · 19:97
Voorwar, Wij hebben hem gemakkelijk in jouw taal (O Moehammad) gemaakt opdat jij er goede tijdingen mee brengt aan de Moettaqôen en liet twistende volk er mee waarschuwt.
Zijn woorden فَإِنَّمَا يَسَّرْنَاهُ بِلِسَانِكَ لِتُبَشِّرَ بِهِ الْمُتَّقِينَ (Wij hebben het slechts in uw taal gemakkelijk gemaakt, opdat u daarmee de godsvrezenden de blijde boodschap geeft): Hij — verheven zij Zijn lof — zegt: Wij hebben deze Koran, o Muḥammad, in uw taal gemakkelijk gemaakt, zodat u hem kunt reciteren, opdat u daarmee de godsvrezenden — die de bestraffing van Allah vrezen door het nakomen van Zijn verplichtingen en het vermijden van Zijn verboden — de blijde boodschap geeft van het paradijs (janna). وَتُنْذِرَ بِهِ قَوْمًا لُدًّا (en opdat u daarmee een hardnekkig volk waarschuwt): Hij zegt: en opdat u daarmee uw volk van de Quraysh voor de bestraffing van Allah waarschuwt, want zij zijn een volk van koppige twist en redetwist met het valse — zij aanvaarden het ware niet. Al-ludd (لُدًّا) is de hevigheid van de woordenstrijd.
Overeenkomstig hetgeen wij hierover hebben gezegd, spraken ook de uitleggers.
* Vermelding van wie dit zei:
Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld — beiden — op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, betreffende het woord (لُدًّا): hij zei: zij gaan niet recht.
Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid: hetzelfde.
Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende de woorden وتنذر به قوما لدا : hij zei: opdat u daarmee een onrechtvaardig volk waarschuwt.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, وَتُنْذِرَ بِهِ قَوْمًا لُدًّا : dat wil zeggen: lieden die redetwisten met het valse, die koppig strijden en twisten.
Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Fuḍayl heeft ons verteld, op gezag van Layth, op gezag van Mujāhid, betreffende de woorden وَتُنْذِرَ بِهِ قَوْمًا لُدًّا : hij zei: zondaars.
Al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Razzāq heeft ons bericht, hij zei: Maʿmar heeft ons bericht, op gezag van Qatāda, betreffende de woorden قَوْمًا لُدًّا : hij zei: lieden die redetwisten met het valse.
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei, betreffende de woorden وَتُنْذِرَ بِهِ قَوْمًا لُدًّا : hij zei: al-aladd (الألدّ) is de onrechtvaardige. En hij reciteerde het woord van Allah وَهُوَ أَلَدُّ الْخِصَامِ (en hij is de hevigste der twistenden).
Abū Ṣāliḥ al-Ḍirārī heeft ons verteld, hij zei: al-ʿAlāʾ ibn ʿAbd al-Jabbār heeft ons verteld, hij zei: Mahdī Maymūn heeft ons verteld, op gezag van al-Ḥasan, betreffende het woord van Allah de Geweldige en Majestueuze وَتُنْذِرَ بِهِ قَوْمًا لُدًّا : hij zei: doven voor de waarheid.
Ibn Sinān heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, op gezag van Hārūn, op gezag van al-Ḥasan: hetzelfde.
Wij hebben de betekenis van al-aladd elders al uiteengezet met de daartoe benodigde bewijzen, zodat herhaling ervan op deze plaats overbodig is.