Tafseer van Maryam (Maria) · Maryam · 19:55
En hij placht zijn familie de shalât en de zakât te bevelen en hij vond welbehagen bij zijn Heer.
Allah, verheven zij Zijn gedachtenis, zegt: وَكَانَ يَأْمُرُ أَهْلَهُ (en hij beval zijn huisgenoten) met het verrichten van الصَّلاةِ het rituele gebed (al-ṣalāh) en وَالزَّكَاةِ het geven van de verplichte aalmoes (al-zakāh). وَكَانَ عِنْدَ رَبِّهِ مَرْضِيًّا (en bij zijn Heer was hij iemand die welgevallen verwierf): zijn handeling oogstte goedkeuring en werd geprezen in hetgeen zijn Heer hem had opgedragen, zonder dat hij daarin tekortschoot in gehoorzaamheid.