Tabari
Terug naar surah 18, ayah 88

Tafseer van De Grot · Al-Kahf · 18:88

وَأَمَّا مَنْ ءَامَنَ وَعَمِلَ صَٰلِحًۭا فَلَهُۥ جَزَآءً ٱلْحُسْنَىٰ ۖ وَسَنَقُولُ لَهُۥ مِنْ أَمْرِنَا يُسْرًۭا

Maar wat betreft degene, die gelooft en goede werken verricht: voor hem zal er een goede beloning zijn en wij zullen hem van ons bevel zeggen het gemakkelijke (te doen)."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitspraak over de uitleg van het woord van Allah de Verhevene: وَأَمَّا مَنْ آمَنَ وَعَمِلَ صَالِحًا فَلَهُ جَزَاءً الْحُسْنَى وَسَنَقُولُ لَهُ مِنْ أَمْرِنَا يُسْرًا (88)

    Allah zegt: wat betreft wie onder hen Allah heeft bevestigd en Hem heeft erkend als de Enige, en heeft gehandeld overeenkomstig Zijn gehoorzaamheid — voor hem is bij Allah het goede (al-ḥusnā), dat wil zeggen het paradijs (al-janna), als beloning (jazāʾan), dat wil zeggen als vergelding voor zijn geloof en zijn gehoorzaamheid aan zijn Heer.

    De recitators verschilden van mening over de lezing van dit woord. De meerderheid van de recitators van Medina en een deel van de recitators van Basra en Koefa lazen (fa-lahu jazāʾu l-ḥusnā) — met jazāʾ in de nominatief en verbonden aan al-ḥusnā.

    Als het zo gelezen wordt, zijn er twee mogelijke uitlegmethoden:

    De eerste: dat met al-ḥusnā zijn geloof en zijn goede daden bedoeld worden; de betekenis van de uitspraak zou dan zijn, als dit daarmee bedoeld wordt: wat betreft wie gelooft en goede daden verricht — voor hem is de beloning daarvoor, dat wil zeggen: de vergelding voor deze goede daden.

    De tweede: dat met al-ḥusnā het paradijs bedoeld wordt, en dat jazāʾ eraan verbonden is, zoals gezegd wordt en het huis van het Hiernamaals is beter — terwijl het huis het Hiernamaals zelf is — en zoals gezegd wordt en dat is de godsdienst van de rechtschapenheid (dīn al-qayyima) — terwijl de godsdienst de rechtschapene zelf is.

    Anderen lazen het als: (fa-lahu jazāʾan l-ḥusnā), met de betekenis: voor hem is het paradijs als beloning — waarbij jazāʾ in de accusatief staat als een infinitief (maṣdar), met de betekenis: Hij beloont hen met de beloning van het paradijs.

    De lezing die naar mijn mening het meest correct is, is de lezing van wie het leest als (fa-lahu jazāʾan l-ḥusnā) — met jazāʾ in de accusatief en tanwīn — overeenkomstig de betekenis die ik heb beschreven: dat voor hen het paradijs de beloning is, waarbij jazāʾ de accusatief staat als een verklarend woord (tafsīr).

    Zijn woord (en Wij zullen tot hem spreken van Onze zaak iets dat gemakkelijk is) betekent: Wij zullen hem in deze wereld leren wat Wij hem gemakkelijk kunnen leren van wat hem tot Allah naderbrengt, en Wij zullen hem vriendelijk toespreken. Mujāhid placht iets te zeggen dat overeenkomt met wat wij hier hebben gezegd.

    Muḥammad ibn ʿAmr heeft ons verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld — en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld — allen samen op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, betreffende zijn woord (van Onze zaak iets dat gemakkelijk is): hij zei: het bekende goede.

    Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid — overeenkomstig hetzelfe.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَأَمَّا مَنْ آمَنَ وَعَمِلَ صَالِحًا فَلَهُ جَزَاءً الْحُسْنَى وَسَنَقُولُ لَهُ مِنْ أَمْرِنَا يُسْرًا (88) يقول: وأما من صدق الله منهم ووحَّده، وعمل بطاعته ، فله عند الله الحسنى، وهي الجنة، جزاء يعني ثوابا على إيمانه، وطاعته ربه. وقد اختلفت القراء في قراءة ذلك، فقرأته عامَّة قرّاء أهل المدينة وبعض أهل البصرة والكوفة (فَلَهُ جَزَاءُ الحُسْنَى) برفع الجزاء وإضافته إلى الحسنى. وإذا قرئ ذلك كذلك، فله وجهان من التأويل: أحدهما: أن يجعل الحسنى مرادا بها إيمانه وأعماله الصالحة، فيكون معنى الكلام إذا أريد بها ذلك: وأما من آمن وعمل صالحا فله جزاؤها، يعني جزاء هذه الأفعال الحسنة. والوجه الثاني: أن يكون معنيا بالحسنى: الجنة، وأضيف الجزاء إليها، كما قيل وَلَدَارُ الآخِرَةِ خَيْرٌ والدار: هي الآخرة، وكما قال: وَذَلِكَ دِينُ الْقَيِّمَةِ والدين: هو القيم. وقرأ آخرون: ( فَلَهُ جَزَاءً الْحُسْنَى ) بمعنى: فله الجنة جزاء فيكون الجزاء منصوبا على المصدر. بمعنى: يجازيهم جزاء الجنة. وأولى القراءتين بالصواب في ذلك عندي قراءة من قرأه: ( فَلَهُ جَزَاءً الْحُسْنَى ) بنصب الجزاء وتنوينه على المعنى الذي وصفت، من أن لهم الجنة جزاء. فيكون الجزاء نصبا على التفسير. وقوله: ( وَسَنَقُولُ لَهُ مِنْ أَمْرِنَا يُسْرًا ) يقول: وسنعلمه نحن في الدنيا ما تيسر لنا تعليمه ما يقرّبه إلى الله ويلين له من القول. وكان مجاهد يقول نحوا مما قلنا في ذلك. حدثني محمد بن عمرو، قال: ثنا أبو عاصم، قال: ثنا عيسى " ح " ، وحدثتي الحارث، قال: ثنا الحسن، قال: ثنا ورقاء، جميعا، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، قوله ( مِنْ أَمْرِنَا يُسْرًا ) قال معروفا. حدثنا القاسم، قال: ثنا الحسين، قال: ثني حجاج ، عن ابن جريج، عن مجاهد، مثله.