Tabari
Terug naar surah 18, ayah 101

Tafseer van De Grot · Al-Kahf · 18:101

ٱلَّذِينَ كَانَتْ أَعْيُنُهُمْ فِى غِطَآءٍ عَن ذِكْرِى وَكَانُوا۟ لَا يَسْتَطِيعُونَ سَمْعًا

Degenen voor wie de ogen versluierd waren voor het gedenken van Mij en (die) niet tot horen in staat waren.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van het woord van Allah, verheven zij Hij: الَّذِينَ كَانَتْ أَعْيُنُهُمْ فِي غِطَاءٍ عَنْ ذِكْرِي وَكَانُوا لا يَسْتَطِيعُونَ سَمْعًا (101)

    Allah, verheven zij Hij, zegt: Wij hebben de hel op die dag blootgelegd voor de ongelovigen die Allahs tekenen niet beschouwden, er niet over nadachten en Zijn bewijzen niet overpeinsden zodat zij er lering uit zouden trekken, zich zouden herinneren en zich tot de eenheid van Allah zouden keren en zich zouden schikken naar Zijn geboden en verboden. En zij waren niet in staat naar Allahs gedachtenis te luisteren — die gedachtenis waarmee Hij hen heeft herinnerd en de uiteenzetting die Hij hun heeft gegeven in de verzen van Zijn Boek — vanwege het verstek laten gaan door Allah van hen, de overheersing van het ellendige lot over hen en hun bezigheid met het ongeloof in Allah en de gehoorzaamheid aan de duivel; zodat zij erdoor lering zouden trekken, erover zouden nadenken, en het recht geleid van het dwalend zouden herkennen, en het ongeloof van het geloof.

    Mujāhid placht hierover het volgende te zeggen, zoals ons is overgeleverd door Muḥammad ibn ʿAmr, die zei: Abū ʿĀṣim heeft ons overgeleverd, hij zei: ʿĪsā heeft ons overgeleverd. En al-Ḥārith heeft mij overgeleverd, hij zei: Al-Ḥasan heeft ons overgeleverd, hij zei: Warqāʾ heeft ons overgeleverd — beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn woord لا يَسْتَطِيعُونَ سَمْعًا : hij zei: Zij begrijpen het niet.

    Al-Qāsim heeft ons overgeleverd, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons overgeleverd, hij zei: Ḥajjāj heeft mij overgeleverd, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid — over وَكَانُوا لا يَسْتَطِيعُونَ سَمْعًا : hij zei: Zij weten het niet.

    Yūnus heeft mij overgeleverd, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei, over Zijn woord الَّذِينَ كَانَتْ أَعْيُنُهُمْ فِي غِطَاءٍ عَنْ ذِكْرِي — de vers: hij zei: Dit zijn de mensen van het ongeloof (kufr).

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : الَّذِينَ كَانَتْ أَعْيُنُهُمْ فِي غِطَاءٍ عَنْ ذِكْرِي وَكَانُوا لا يَسْتَطِيعُونَ سَمْعًا (101) يقول تعالى: وعرضنا جهنم يومئذ للكافرين الذين كانوا لا ينظرون في آيات الله، فيتفكَّرون فيها ولا يتأمَّلون حججه، فيعتبرون بها، فيتذكرون وينيبون إلى توحيد الله، وينقادون لأمره ونهيه، وكانوا لا يستطيعون سمعا ، يقول : وكانوا لا يطيقون أن يسمعوا ذكر الله الذي ذكَّرهم به، وبيانه الذي بيَّنه لهم في آي كتابه، بخذلان الله إياهم، وغلبة الشقاء عليهم، وشُغلهم بالكفر بالله وطاعة الشيطان، فيتعظون به، ويتدبَّرون، فيعرفون الهدى من الضلالة، والكفر من الإيمان. وكان مجاهد يقول في ذلك ما حدثنا محمد بن عمرو، قال : ثنا أبو عاصم، قال: ثنا عيسى ، وحدثني الحارث، قال: ثنا الحسن، قال: ثنا ورقاء، جميعا عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، قوله ( لا يَسْتَطِيعُونَ سَمْعًا ) قال: لا يعقلون. حدثنا القاسم، قال: ثنا الحسين، ثني حجاج، عن ابن جريج، عن مجاهد ( وَكَانُوا لا يَسْتَطِيعُونَ سَمْعًا ) قال: لا يعلمون. حدثني يونس، قال: أخبرنا ابن وهب، قال: قال ابن زيد، في قوله ( الَّذِينَ كَانَتْ أَعْيُنُهُمْ فِي غِطَاءٍ عَنْ ذِكْرِي ) الآية، قال: هؤلاء أهل الكفر.