Tafseer van De Nachtreis · Al-Israa · 17:41
En Wij hebben in deze Koran (zaken) uitgelegd opdat zij (de ongelovigen) vermaand worden, maar het versterkt bij hen slechts het afwenden.
Allah de Verhevene zegt: وَلَقَدْ صَرَّفْنَا — voor deze polytheïstische lasteraars van Allah — فِي هَذَا الْقُرْآنِ — de voorbeelden (ʿibar), de tekenen (āyāt) en de bewijzen (ḥujaj), Wij hebben daarin voor hen gelijkenissen aangeslagen, hen erin gewaarschuwd en hen erin vermaand — لِيَذَّكَّرُوا — dat wil zeggen: opdat zij over die bewijzen tegen hen zouden nadenken, zodoende de dwaling zouden inzien van hetgeen zij vasthouden, lering zouden trekken uit de voorbeelden en zich daardoor zouden laten vermanen, en zouden terugkeren van hun onwetendheid. Maar zij trekken geen lering en denken niet na over de tekenen en vermaningen die hen bereiken. En Onze vermaning vermeerdert hen slechts إِلَّا نُفُورًا — dat wil zeggen: slechts in het vluchten van de waarheid, het zich verwijderd houden ervan en het vluchten daarvoor. Het woord nufūr (afkeer, vlucht) is hier een masdar van het zeggen: nā'ban falān min hādhā l-amr yanfiru minhu nafran wa-nufūran.