Tafseer van De Bij · An-Nahl · 16:65
En Allah doet water uit de hemel neerdalen en geeft de aarde er leven mee na haar dood. Voorwaar, dat is zeker een Teken voor een volk dat luistert.
Allah, verheven is Zijn vermelding, zegt — terwijl Hij Zijn schepselen attent maakt op Zijn bewijzen jegens hen inzake Zijn eenheid (tawḥīd), en dat de goddelijkheid uitsluitend aan Hem toekomt en de aanbidding niet past voor iets anders dan Hem: O mensen, uw Heer die de aanbidding verdient boven alles أَنـزلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً (heeft water uit de hemel neergezonden) — dat wil zeggen: regen. Hij zegt: en met dat water dat Wij uit de hemel neerzonden heeft Hij de dode aarde tot leven gewekt, die geen gewas, geen gras en geen plant had بَعْدَ مَوْتِهَا (na haar dood) — nadat zij dood was en niets daarin was. إِنَّ فِي ذَلِكَ لآيَةً (Waarlijk, daarin is een teken) — Allah, verheven is Zijn vermelding, zegt: Waarlijk, in Ons levend maken van de aarde na haar dood door het water dat Wij uit de hemel neerzonden is een duidelijk bewijs en een doorslaggevend argument, voldoende voor wie erover nadenkt. لِقَوْمٍ يَسْمَعُونَ (voor een volk dat luistert) — dat wil zeggen: voor een volk dat deze woorden hoort en erover nadenkt en ze begrijpt, en Allah gehoorzaamt in wat dat hen heeft gewezen.