Tafseer van De Bij · An-Nahl · 16:31
Zij zullen de Tuinen van 'Adn (het Paradijs) binnengaan, waar onder door de rivieren stromen. Voor hen is daarin wat zij willen. Zo beloont Allah de Moettaqôen.
Allah, Verheven is Zijn lof, bedoelt met Zijn woord جَنَّاتُ عَدْنٍ : tuinen van bestendig verblijf. Wij hebben de meningsverschillen van de uitleggers over de betekenis van ʿadn reeds uiteengezet in wat voorbij is gegaan, zodat herhaling niet nodig is. يَدْخُلُونَها — dat wil zeggen: zij betreden de tuinen van ʿadn. Wat betreft de nominatief van "tuinen" — daarvoor zijn drie mogelijkheden: Ten eerste dat het als onderwerp van een nieuwe zin staat; ten tweede dat het gedragen wordt door de terugverwijzing in يَدْخُلُونَها ; ten derde dat het het predicaat is van "hoe uitstekend" (niʿma). Wanneer het het predicaat is van niʿma, dan is de betekenis: Hoe uitstekend is het verblijf van de godvrezenden — tuinen van ʿadn. En يَدْخُلُونَها staat dan als een omstandigszin (ḥāl), zoals men zegt: "Hoe uitstekend is het huis — een huis dat jijzelf bewoont." Het is ook mogelijk, bij deze uitleg, dat يَدْخُلُونَها een nadere bepaling is bij "tuinen van ʿadn".
Zijn woord تَجْرِي مِنْ تَحْتِهَا الأَنْهَارُ — dat wil zeggen: de rivieren stromen onder haar bomen. لَهُمْ فِيهَا مَا يَشَاءُونَ — dat wil zeggen: voor degenen die in deze wereld goed hebben gehandeld is er in de tuinen van ʿadn wat zij wensen van hetgeen hun zielen begeren en wat hun ogen verheugt. كَذَلِكَ يَجْزِي اللَّهُ الْمُتَّقِينَ — dat wil zeggen: zoals Allah degenen die in deze wereld goed hebben gehandeld vergeldt met wat Hij u, o mensen, heeft beschreven dat Hij hun vergelden zal in de wereld en in het Hiernamaals, zo vergelt Hij degenen die Hem vrezen door Zijn verplichtingen te vervullen en Zijn overtredingen te mijden.