Tabari
Terug naar surah 16, ayah 21

Tafseer van De Bij · An-Nahl · 16:21

أَمْوَٰتٌ غَيْرُ أَحْيَآءٍۢ ۖ وَمَا يَشْعُرُونَ أَيَّانَ يُبْعَثُونَ

Doden en zijn zij zonder te leven. En zij weten niet wanneer zij worden opgewekt

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, verheven is zijn lof, zegt tegen deze polytheïsten (mushrikīn) van Quraysh: Degenen die u naast Allah aanroept, o mensen, أَمْوَاتٌ غَيْرُ أَحْيَاءٍ (zijn dood, niet levend). Hij, verheven is zijn lof, betitelt hen als dood en niet levend, omdat er geen zielen in hen zijn.

    Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over de woorden أَمْوَاتٌ غَيْرُ أَحْيَاءٍ وَمَا يَشْعُرُونَ أَيَّانَ يُبْعَثُونَ : "Dit zijn de afgoden die naast Allah worden aanbeden — dood, zonder zielen; zij zijn niet in staat hun aanbidders enig schade of voordeel te bezorgen." Het woord "al-amwāt" (de doden) in de nominatief heeft twee mogelijke functies: ofwel als het predikaat van "alladhīna" (degenen die), ofwel als een nieuw begin van de zin (ibtidāʾ).

    De woorden وَمَا يَشْعُرُونَ — Hij zegt: uw afgoden die u naast Allah aanroept, weten niet wanneer de opstanding zal zijn. Er is ook gezegd dat daarmee de ongelovigen bedoeld worden: zij weten niet wanneer zij opgewekt zullen worden.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره لهؤلاء المشركين من قريش: والذين تدعون من دون الله أيها الناس ( أَمْوَاتٌ غَيْرُ أَحْيَاءٍ ) وجعلها جلّ ثناؤه أمواتا غير أحياء، إذ كانت لا أرواح فيها. كما حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله ( أَمْوَاتٌ غَيْرُ أَحْيَاءٍ وَمَا يَشْعُرُونَ أَيَّانَ يُبْعَثُونَ ) وهي هذه الأوثان التي تُعبد من دون الله أموات لا أرواح فيها، ولا تملك لأهلها ضرّا ولا نفعا ، وفي رفع الأموات وجهان: أحدهما أن يكون خبرا للذين، والآخر على الاستئناف وقوله ( وَمَا يَشْعُرُونَ ) يقول: وما تدري أصنامكم التي تدعون من دون الله متى تبعث ، وقيل: إنما عنى بذلك الكفار، إنهم لا يدرون متى يبعثون.