Tafseer van De Donder · Ar-Ra'd · 13:9
(Hij is) de Kenner van het onwaarneembare en het waarneembare, de Grootste, de Allerhoogste.
Abū Jaʿfar zei: Allah, verheven zij Zijn vermelding, zegt: Allah is de Kenner van wat voor jullie verborgen is en wat jullie ogen niet hebben gezien en jullie niet aanschouwden, en van wat jullie hebben aanschouwd en met jullie ogen hebben waargenomen. Niets is voor Hem verborgen, want zij zijn Zijn schepping en Zijn besturing. "De Grote, boven Wien alles klein is", "de Verhevene, Die Zich verheft boven alles door Zijn macht."
"Al-Mutaʿāl" (de Verhevene) is de "tafāʿala"-vorm van "al-ʿuluww" (verhevenheid), zoals "al-mutaqārib" van "al-qurb" (nabijheid) en "al-mutadānī" van "al-dunuww" (dichtheid).