Tabari
Terug naar surah 13, ayah 34

Tafseer van De Donder · Ar-Ra'd · 13:34

لَّهُمْ عَذَابٌۭ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ۖ وَلَعَذَابُ ٱلْءَاخِرَةِ أَشَقُّ ۖ وَمَا لَهُم مِّنَ ٱللَّهِ مِن وَاقٍۢ

Voor hen is er een bestraffing tijdens het wereldse leven, maar de bestraffing van het Hiernamaals is harder. En voor hen is er tegen (de bestraffing van) Allah geen beschermer.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene zegt tot deze ongelovigen van wie Hij de eigenschappen in deze surah beschreven heeft: er is voor hen bestraffing in het wereldse leven door doding, gevangenneming en de rampen die Allah hen doet treffen. En وَلَعَذَابُ الآخِرَةِ أَشَقُّ (en de bestraffing van het Hiernamaals is zwaarder) — hij zegt: en de bestraffing van Allah voor hen in het Hiernamaals is ernstiger dan zijn bestraffing van hen in het wereldse leven.

    "Ashaqq" is de vorm "afʿal" van "al-mashaqqa" (het zware, de moeite).

    En Zijn woord: وَمَا لَهُمْ مِنَ اللَّهِ مِنْ وَاقٍ (en zij hebben geen beschermer tegen Allah) — de Verhevene zegt: en er is niemand die deze ongelovigen kan beschermen tegen de bestraffing van Allah wanneer Hij hen bestraft — geen intieme vriend, geen beschermheer, en geen helper — want Hij, glorieus is Zijn majesteit, heeft geen gelijke die Hem kan overwinnen en zo iemand aan Zijn bestraffing kan onttrekken door geweld, en er is niemand die bij Hem kan voorspreken behalve met Zijn toestemming — en Hij geeft niemand toestemming om voor te spreken voor wie aan Hem ongelovig was en in dat ongeloof stierf vóór berouw.

    Toon originele Arabische tekst
    قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره، لهؤلاء الكفار الذين وَصَف صفَتَهم في هذه السورة، عذابٌ في الحياة الدنيا بالقتل والإسار والآفاتِ التي يُصيبهم الله بها(ولعذاب الآخرة أشق) ، يقول: ولتعذيبُ الله إياهم في الدار الآخرة أشدُّ من تعذيبه إيَّاهم في الدنيا. " وأشقّ" إنما هو " أفعلُ" من المشقَّة . * * * وقوله: (وما لهم من الله من وَاقٍ) ، يقول تعالى ذكره: وما لهؤلاء الكفار من أحدٍ يقيهم من عذاب الله إذا عذَّبهم, لا حَمِيمٌ ولا وليٌّ ولا نصيرٌ, لأنه جل جلاله لا يعادُّه أحدٌ فيقهره، (74) فيتخَلَّصَه من عذابه بالقهر, (75) ولا يشفع عنده أحدٌ إلا بإذنه، وليس يأذن لأحد في الشفاعة لمن كفر به فمات على كفره قبل التَّوبة منه . ------------------------ الهوامش: (74) عاده يعاده ، عدادًا ومعادة" ، ناهده وقارنه ، و" العد" ، بكسر العين ، القرن ، بكسر فسكون . (75) في المطبوعة :" فيخلصه" ، و" تخلصه" ، استنقذه .