Tafseer van De Donder · Ar-Ra'd · 13:32
En voorzeker, de Boodschappers vôôr jou werden bespot, waarna Ik de ongelovigen uitstel gaf. Vervolgens greep Ik hen, hoe was dan Mijn bestraffing?
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens roem genoemd wordt, zegt tot Zijn profeet Mohammed ﷺ: O Mohammed, indien deze polytheïsten (mushrikīn) van jouw volk spotten en van jou de tekenen verlangen, terwijl zij datgene wat jij hun gebracht hebt loochenen, verdraag dan het onrecht dat zij jou aandoen en zet de zaak van jouw Heer voort in het waarschuwen van hen en het hun afsnijden van elk excuus (al-iʿḏār). Want voorwaar, er hebben gemeenschappen vóór jou gespot, die reeds heengegaan en voorbijgegaan zijn, met Mijn boodschappers. Ik heb hun langdurig uitstel verleend en hun de termijn verlengd; daarna heb Ik Mijn bestraffing en Mijn vergelding over hen doen neerdalen toen zij voortgingen in hun dwaling en verdwaling. Zie dan hoe Mijn bestraffing van hen was toen Ik hen bestrafte: heb Ik hun niet de pijnlijke bestraffing (ʿaḏāb) doen proeven, en heb Ik hen niet tot een waarschuwend voorbeeld gemaakt voor de bezitters van verstand?
* * *
En "al-imlāʾ" in de taal van de Arabieren betekent: de verlenging. Men zegt daarvan: "amlaytu li-fulān" ("Ik heb voor die-en-die uitstel verlengd"), wanneer je hem langdurig uitstel verleent. En daarvan komt ook: "al-mulāwa min al-dahr" (een lange tijdspanne van de tijd). En daarvan komt hun uitspraak: "tamallaytu ḥabīban" ("Ik heb lang van een geliefde genoten"). En daarom worden de nacht en de dag "al-malawān" genoemd, vanwege hun lengte, zoals Ibn Muqbil zei:
Ach, o woningen van de stam bij as-Sabuʿān, op haar hebben de twee lange tijden (al-malawān) met verval aangedrongen.
En men noemde de wijde, gapende spleet van het land "malā", zoals de dichter zei:
Zo doorweekte zij elk versleten en lekkend [waterzak], en de snelle gang van de lastdieren door de uitgestrekte vlakte (al-malā al-mutabāṭin),
vanwege de grote afstand tussen haar beide einden en haar uitgestrektheid.