Tafseer van De Donder · Ar-Ra'd · 13:21
En degenen die onderhouden wat Allah heeft bevolen te onderhouden. En zij vrezen hun Heer en zij zijn bang voor de slechte aftekening.
En Zijn woord: (en degenen die verbinden wat Allah heeft bevolen te verbinden) — de Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: en degenen die de bloedband (al-raḥm) onderhouden die Allah hun bevolen heeft te onderhouden, en die deze dus niet verbreken; (en die hun Heer vrezen) — Hij zegt: en die Allah vrezen wat betreft het verbreken ervan, dat zij die zouden verbreken, waarop Hij hen zou bestraffen voor het verbreken ervan en voor hun overtreding van Zijn gebod daaromtrent.
* * *
En Zijn woord: (en die de slechte afrekening vrezen) — Hij zegt: en die op hun hoede zijn voor Allahs nauwgezette ondervraging van hen bij de afrekening (al-ḥisāb), waarbij Hij hun vervolgens geen enkele zonde vergeeft. Vanwege hun ontzag daarvoor zijn zij dus ijverig in Zijn gehoorzaamheid en waken zij over Zijn grenzen (ḥudūd). Zoals:
20331- Al-Ḥasan ibn Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: ʿAffān heeft ons verteld, hij zei: Jaʿfar ibn Sulaymān heeft ons verteld, op gezag van ʿAmr ibn Mālik, op gezag van Abū al-Jawzāʾ, over Zijn woord: (degenen die hun Heer vrezen en de slechte afrekening vrezen), hij zei: het is de vergelijkende afweging op grond van de daden (al-muqāyasa bi-l-aʿmāl).
20332- (Dezelfde, te weten al-Ḥasan ibn Muḥammad) zei: ʿAffān heeft ons verteld, hij zei: Ḥammād heeft ons verteld, op gezag van Farqad, op gezag van Ibrāhīm, hij zei: (de slechte afrekening) is dat afgerekend wordt met iemand aan wie niet vergeven wordt.
20333- Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn woord: (en die de slechte afrekening vrezen) — hij zei, en hij zei: en wat is (de slechte afrekening)? Hij zei: dat is die waarin geen verlichting (jawāz) is.
20334- Ibn Sammān al-Qazzāz heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, op gezag van al-Ḥajjāj, op gezag van Farqad, hij zei: Ibrāhīm zei tegen mij: weet jij wat (de slechte afrekening) is? Ik zei: ik weet het niet. Hij zei: de dienaar wordt afgerekend op al zijn zonden, zonder dat hem daarvan ook maar iets wordt vergeven.